Nul procent alcohol en honderd procent gezellighei
Ik heb er even aan moeten wennen. Een biertje zonder alcohol. Toen ik vroeger iemand met een glas bier zag zitten, wist ik tenminste waar ik aan toe was. Tegenwoordig moet je eerst het etiket lezen. 0.0%.
Ik moest er vroeger een beetje om lachen. Bier zonder alcohol vond ik ongeveer hetzelfde als een rookworst zonder worst. Je kunt het wel zo noemen, maar er klopt iets fundamenteels niet. Maar tijden veranderen. Steeds meer mensen drinken alcoholvrij bier. Niet omdat ze ineens allemaal monnik zijn geworden, maar omdat ze blijkbaar ook gewoon gezellig willen doen zonder de volgende ochtend wakker te worden met het gevoel dat er een vrachtwagen over hun hoofd is gereden.
En daar zit misschien wel de kracht van dat spul. Je kunt drie glazen drinken, daarna gewoon naar huis rijden en de volgende ochtend nog weten wat je de avond ervoor hebt verteld. Dat laatste is trouwens niet voor iedereen een voordeel.
Alcoholvrij bier heeft inmiddels een complete industrie achter zich gekregen. Er zijn IPA's, blond bier, witbier en zelfs alcoholvrije varianten waarvan de naam langer is dan de ingrediëntenlijst.
Je staat in de supermarkt en kijkt naar het schap. Vroeger stond daar bier. Nu staat daar een complete levensfilosofie.
"0.0, alcoholvrij, laag in calorieën, vegan, natuurlijk gebrouwen."
Ik denk dan: jongens, het is bier. Rustig aan. Maar toch begrijp ik de populariteit.
We leven in een tijd waarin gezondheid steeds belangrijker wordt. We willen langer leven, beter slapen, minder suiker, minder vet en vooral minder dingen waarvan een dokter zegt: "Daar zou ik toch voorzichtig mee zijn."
En dus drinken we een alcoholvrij biertje terwijl we ondertussen een zak chips leeg eten. Ook dat is Nederland.
We hebben inmiddels zelfs alcoholvrije wijn. Daar ben ik nog niet helemaal uit. Want bij wijn draait het volgens mij toch voor een belangrijk deel om het feit dat er wijn in zit.
Maar goed. Wie ben ik om daar iets van te zeggen? Misschien is alcoholvrij bier wel de perfecte samenvatting van onze tijd. We willen alles. De gezelligheid. Het ritueel. Het glas in de hand. De schuimkraag. De smaak. Maar liever niet de kater.
En eigenlijk is dat helemaal niet zo gek. Want als we eerlijk zijn, willen we dat met bijna alles. Wel ouder worden, maar niet oud zijn. Wel geld verdienen, maar niet werken. Wel gezond eten, maar ook graag een frikandel. Wel vrijheid, maar liefst met duidelijke gebruiksaanwijzing.
En dus proosten we tegenwoordig met 0.0.
Proost!
Op een toekomst waarin zelfs onze ondeugendheid keurige voedingswaarden heeft.
Reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!