De gemeenteraad: controleur op achterstand
Een dik dossier van 180 pagina's. Vrijdagmiddag binnengekomen. Dinsdag moet de gemeenteraad erover stemmen. Zo gaat het in vrijwel iedere Nederlandse gemeenteraad. Ook in Eindhoven.Aan de ene kant van de tafel zit een raadslid dat overdag gewoon werkt en 's avonds, tussen het koken, het gezin en andere verplichtingen door, een begroting van honderden miljoenen euro's moet proberen te begrijpen. Aan de andere kant zit een wethouder met een compleet ambtelijk apparaat achter zich. Beleidsmedewerkers, juristen, financieel specialisten, communicatieadviseurs en andere deskundigen hebben weken de tijd gehad om het dossier voor te bereiden.
De wethouder kent het verhaal. Het raadslid krijgt het verhaal. En dat verschil is nogal belangrijk wanneer je vervolgens van dat raadslid verwacht dat hij het college kritisch controleert.
Wat de raad eigenlijk is
Formeel is de gemeenteraad het hoogste orgaan van de gemeente. Sinds de invoering van het dualisme in 2002 is de taakverdeling duidelijker geworden. De raad stelt de kaders, controleert het college van burgemeester en wethouders en vertegenwoordigt de inwoners. Het college bestuurt en voert uit en moet daarover verantwoording afleggen aan de raad.
Op papier is dat een keurig systeem. In de praktijk is er echter een behoorlijke asymmetrie. Het college beschikt over een professioneel ambtelijk apparaat dat dagelijks met de dossiers bezig is. De gemeenteraad bestaat uit mensen die dit werk grotendeels naast hun gewone baan moeten doen. En daar begint het probleem.
Een baan die geen baan mag heten
Officieel is het raadslidmaatschap een parttimefunctie. De vergoeding ligt, afhankelijk van het aantal inwoners van de gemeente, ergens tussen ongeveer 1.300 en ruim 3.200 euro bruto per maand. Geen vakantiegeld en geen pensioenopbouw.
Maar wie denkt dat je voor dat bedrag een paar avonden per maand vergadert en af en toe een handje opsteekt, komt bedrogen uit.
Uit landelijk onderzoek blijkt dat de gemiddelde tijdsbesteding van raadsleden de afgelopen twintig jaar is opgelopen van ongeveer veertien uur per week naar circa twintig uur. In grotere gemeenten ligt dat gemiddelde nog hoger. Sommige raadsleden zijn er 25 uur of meer per week mee bezig, bovenop hun gewone werk. Daarmee wordt het raadslidmaatschap steeds meer een baan die officieel geen baan mag heten. En dat heeft gevolgen.
Want hoe ingewikkelder de dossiers worden, hoe groter het verschil wordt tussen degene die de informatie produceert en degene die haar moet controleren.
De achterstand op papier
Die informatieachterstand is geen verzonnen probleem. Onderzoek laat zien dat een grote meerderheid van de raadsleden behoefte heeft aan meer ambtelijke ondersteuning. De griffie, de eigen ondersteuning van de gemeenteraad, wordt over het algemeen goed gewaardeerd. Maar de ondersteuning vanuit het bredere ambtelijke apparaat scoort aanzienlijk lager.
Dat is ook logisch. Ambtenaren werken uiteindelijk voor het college. De gemeenteraad moet het college juist controleren.
Daar ontstaat een merkwaardige situatie. Degene die gecontroleerd moet worden beschikt over een compleet team deskundigen. Degene die moet controleren, moet het vaak doen met een fractie van die capaciteit. Oppositiepartijen ervaren die achterstand bovendien sterker dan coalitiepartijen.
En dan hebben we het nog niet eens over de enorme hoeveelheid informatie die tegenwoordig beschikbaar is. Gemeenten produceren duizenden documenten, rapporten, begrotingen, bijlagen en beleidsstukken. Informatie die voor burgers én raadsleden vaak moeilijk te vinden is.
Je kunt dus wel zeggen dat alles openbaar is, maar openbaar is nog iets anders dan toegankelijk.
Eindhoven als voorbeeld
Wie wil zien hoe dit in de praktijk kan uitpakken, hoeft niet ver te zoeken. Eindhoven heeft de afgelopen vijftien jaar meerdere keren te maken gehad met dossiers waarbij de gemeentelijke financiën aanzienlijk anders uitpakten dan vooraf begroot.
In 2010 concludeerde de Rekenkamer Eindhoven bijvoorbeeld dat gemeenteraad en college onvoldoende zicht hadden op de kosten van personeel, bestuur en externe inhuur. De kosten voor externe inhuur liepen dat jaar op van een begroot bedrag van 16 miljoen euro naar maar liefst 45 miljoen euro.
Een paar jaar later speelde een vergelijkbaar probleem rond het sociaal domein. Rond 2016 en 2017 liep het tekort in Eindhoven op tot tientallen miljoenen euro's per jaar.
En ook de afgelopen jaren zagen we opnieuw begrotingen waarbij de werkelijkheid sneller veranderde dan de cijfers op papier. Dat betekent niet dat Eindhovense raadsleden hun werk niet goed doen.
Het laat vooral zien hoe moeilijk het is om als raad effectief controle uit te oefenen wanneer de informatievoorziening, deskundigheid en beschikbare tijd zo ongelijk verdeeld zijn.
Ook op het gebied van cultuur is die vraag naar controle relevant. Eindhoven geeft jaarlijks aanzienlijke bedragen uit aan culturele instellingen en podia, waaronder de Effenaar en het Natlab. Natuurlijk heeft een stad culturele voorzieningen nodig en hoeft cultuur niet per definitie winstgevend te zijn. Maar wanneer er structureel gemeenschapsgeld wordt ingezet, mag je als inwoner toch verwachten dat duidelijk is welke doelstellingen daar tegenover staan en hoe wordt gecontroleerd of die worden gehaald. Juist daarover heb ik de gemeente Eindhoven als auteur meerdere malen geïnformeerd, zowel via de media als rechtstreeks met brieven. De reacties daarop waren, voorzichtig uitgedrukt, niet bepaald aanleiding om de vlag uit te hangen.Namelijk geen!
Daarbij blijft voor mij de vraag overeind hoeveel inhoudelijke controle er daadwerkelijk plaatsvindt op de besteding van die cultuurgelden. Want subsidie verstrekken is één ding, controleren wat er vervolgens met dat geld gebeurt is iets heel anders.
Gemeenschapsgeld is geen bodemloze put
En hier komen we weer terug bij de gemeenteraad. Want uiteindelijk is het de raad die de begroting goedkeurt. Het is de raad die moet bepalen hoeveel gemeenschapsgeld ergens naartoe gaat. En het is de raad die vervolgens moet controleren of het college dat geld verstandig besteedt.
Maar hoe doe je dat wanneer je als raadslid honderden pagina's aan informatie krijgt, nauwelijks tijd hebt om alles te lezen en tegenover een professioneel ambtelijk apparaat zit? Dat is niet alleen een Eindhovens probleem. Het is een systeemprobleem.
We vragen van raadsleden dat zij de begroting controleren, subsidies beoordelen, grote bouwprojecten volgen, zorguitgaven controleren, woningbouwbeleid begrijpen, regionale samenwerkingen doorgronden en ondertussen ook nog inwoners vertegenwoordigen. En dat allemaal naast hun gewone baan.
Misschien moeten we daarom eens stoppen met praten over raadsleden alsof het vrijwilligers zijn die toevallig een vergoeding ontvangen. De lokale democratie is daarvoor veel te belangrijk.
Sterkere griffies, onafhankelijke deskundige ondersteuning en betere informatievoorziening zijn geen luxe. Het zijn voorwaarden voor een gemeenteraad die zijn controlerende taak serieus kan uitvoeren.
En misschien moeten we in de grootste gemeenten zelfs eens eerlijk nadenken over de vraag of raadslid zijn nog wel een parttimefunctie kan blijven. Want uiteindelijk willen we allemaal hetzelfde. Een gemeenteraad die het college controleert. Een college dat verantwoording aflegt. En vooral een gemeente die zorgvuldig met gemeenschapsgeld omgaat.
Want geld dat uit de gemeentelijke schatkist komt, is geen gratis geld. Het komt uiteindelijk gewoon uit onze eigen portemonnee.
En wanneer er ieder jaar opnieuw miljoenen naar instellingen gaan, of tientallen miljoenen worden uitgegeven aan andere gemeentelijke dossiers, mogen inwoners best één heel simpele vraag stellen:
Waar blijft het geld eigenlijk?
En misschien nog belangrijker: Wie controleert of het goed wordt besteed?
Want als het antwoord daarop is: de gemeenteraad, dan moeten we er ook voor zorgen dat die gemeenteraad daadwerkelijk in staat wordt gesteld om dat te doen. Anders is controle vooral een mooi woord voor iets wat op papier bestaat.
Reacties (1)
Helemaal goed, vak literatuur, prima verwoord/geschreven 👍🏼