Ik woon in Genderbeemd, Eindhoven, drie kilometer van de landingsbaan. Onze kozijnen zijn RAL 9010 wit. Maar sinds jaar en dag veeg ik of mijn wederhelft er een grijze waas af. Dank daarvoor aan de N2 en de A2, die dag en nacht verkeer onze kant op blazen. Heerlijk, zo'n woonomgeving. En dan krijg je ook nog te horen dat de lucht erg ongezond is. Wie had dat verwacht?
Deze week meldt TNO, in opdracht van de provincie, dat Eindhoven veruit de meeste ultrafijnstof van Brabant uitstoot. Bijna 90 procent komt van de luchtvaart, 9 procent van het wegverkeer. Bijna 600.000 Brabanders wonen in de rode zones, vooral rond Eindhoven Airport. Wij zitten er middenin. Het grijs op het kozijn is nog het zichtbare deel. Het onzichtbare, tienduizend keer kleiner dan een millimeter, dringt door tot in bloedbaan en hersenen. Dat krijg je gratis, zonder doekje.
De overheid legt het vliegveld een stikstofplafond op, terwijl ultrafijnstof geen wettelijke norm heeft, alleen advieswaarden. Wat niet genormeerd is, kan niet overschreden worden. Haal de meetlat weg en niemand is te lang. Dat is geen beleid, dat is boekhouden met de ogen dicht.
De luchthaven belooft nul uitstoot op het platform in 2030. Op het platform, voor de medewerkers, over vier jaar. Wij in de wijk mogen tot dan gewoon doorademen. En de grote groene hoop, biobrandstof? Volgens TNO 7,3 procent minder. Hoera, 7,3 procent minder grijs. TNO geeft bovendien toe dat niet alle bronnen in beeld zijn. De militaire vliegvelden zijn niet eens meegeteld. Wij staan bovenaan een lijst die nog niet af is.
De provincie noemt het rapport een "startpunt om de discussie te voeren". Een discussie! Als maatregelen noemt men het weren van vervuilende auto's en het verbieden van houtkachels. De grootste bron taxiet over de startbaan, maar we beginnen bij de kachel van de buurman. Zo pakt het bestuur een brand aan: met een emmer water bij de buren.
Ik ben boos. Niet om een vuil kozijn, maar omdat iedereen weet dat de lucht hier niet deugt en niemand er verantwoordelijk voor wil zijn. De sector doet beloftes, de overheid doet onderzoek, de provincie doet een discussie, en wij doen de was.
Ik nodig de gedeputeerde uit. Bij mij thuis, in Genderbeemd, bij het raam. De doekjes liggen klaar.
Ademt u gerust diep in.