Wie liegt er nu bij de huisarts?
Het is weer zover. In de krant mogen we lezen dat patiënten hun klachten soms aandikken om sneller bij de huisarts terecht te kunnen. Ach ja. Natuurlijk. De patiënt als de nieuwe verdachte in de wachtkamer.
Volgens huisarts en onderzoeker Dorien Zwart is triage belangrijk. Dat zal niemand ontkennen. Er moet worden ingeschat wie nú geholpen moet worden en wie best een paar uur of een dag kan wachten. Prima systeem. Alleen vraag ik me soms af waar we uiteindelijk zijn beland: bij de dokter of bij een telefonische toelatingscommissie.
Want laten we eerlijk zijn: de druk op de huisartsenzorg is enorm. Een afspraak van vijf minuten is tegenwoordig al bijna een luxeconsult. Met een beetje geluk krijg je tien minuten. Daarna mag je weer naar huis, liefst met een website als naslagwerk en eventueel het advies om een foto van je kwaal te maken. De moderne huisarts: half arts, half helpdeskmedewerker.
En ja, ik zit regelmatig in wachtkamers. Bij huisartsen, maar ook bij bloedpriklocaties. Je ziet daar soms een indrukwekkende hoeveelheid mensen zitten. Iedereen wacht. Iedereen kijkt op zijn telefoon. En iedereen doet alsof hij het prima vindt.
Maar ondertussen groeit de irritatie.
Zeker wanneer een eenvoudig gesprek ineens een stuk langer duurt omdat iemand de Nederlandse taal nauwelijks beheerst. Dat geldt voor statushouders, maar ook voor een deel van de expats en andere buitenlanders die hier wonen. Prima dat mensen naar Nederland komen, maar zou het misschien ook handig zijn als je de taal leert waarmee je hier je huisarts, apotheek, ziekenhuis en belastingdienst moet kunnen begrijpen?
Want als een triagist vijf minuten nodig heeft om uit te zoeken wat iemand bedoelt, wordt die vijf minuten al snel twintig minuten. En die tijd moet ergens vandaan komen. Juist ja: van de patiënt die daarna aan de telefoon hangt. En in de spreekkamer bij de huisarts hetzelfde verhaal, de patiënt die geen Nederlands spreekt zorgt ervoor dat jou afspraak eeer eens een half uur tot drie kwartier uitloopt
Dan wordt die patiënt vanzelf wat mondiger. En misschien vertelt hij zijn klacht nét iets dramatischer. Niet omdat hij een pathologische leugenaar is, maar omdat hij inmiddels geleerd heeft dat je anders misschien pas volgende week aan de beurt bent.
En dan krijgen we het advies: “Maak gebruik van onze website en sociale media.”
Vooral oudere patiënten zullen daar enorm blij van worden. “Dag dokter, ik heb pijn op mijn borst.”
“Prima meneer, kijkt u even op Instagram bij onze nieuwste Reel.”
Kom nou toch.
De zorg loopt niet vast omdat patiënten massaal toneelspelen. De zorg loopt vast omdat de vraag groter wordt, de beschikbare tijd kleiner en de communicatie ingewikkelder.
Dus misschien moeten we niet alleen de patiënt leren hoe triage werkt. Misschien moeten we ook eens kijken waarom een patiënt überhaupt het gevoel krijgt dat hij moet overdrijven om serieus genomen te worden.
Want mensen bellen de huisarts inderdaad niet voor hun lol. Hoewel… met een beetje geluk hebben ze over vijf jaar zelfs dáár een app voor.
Reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!