MENU
Recensie: Vulfpeck – The Beautiful Game
5 november 2016
887 WOORDEN 2 MINUTEN

f30fded5cf756c4a7dc0f16f0af0a6e1_original_fotor_fotor

De meest ironische mash muzikanten genaamd Vulfpeck presenteert The Beautiful Game: tekstueel speels en onbezonnen, inhoudelijk teruggrijpend op den goeie ouwe tijd, en toch instrumentaal zo strak als de wangen van Marijke Helwegen en zo oprecht als de healthy fitgirls liefde voor quinoa.

Vulfpeck is nog niet bijzonder bekend onder de meute. Als je ze kent, ben je waarschijnlijk muzikant die lichtelijk bevochtigde onderbroekjes krijgt van inventieve soul-funk-groove-gospel, of je houdt de hele tijdlijn van aanvallen op streamingdiensten zoals Spotify in de gaten. Vulfpeck sneakte al gniffelend hun silent album Sleepify op de streamingdienst in maart 2014. Bewust van de kleine letters in Spotify’s algemene voorwaardenhandleiding, bestond dit album uit tien tracks van elk 31 seconden met grote dikke niks. Want, naar het schijnt, kun je het ludieke bedrag van $0,003 aan royalties pas innen als jouw track minstens 31 seconden wordt gestreamd. Eén volledige Sleepify stream zou dus 5 minuten en 10 seconden kosten en leverde de Peckers drie hele dollarcenten op. Hun oproep aan alle fans om dit album tijdens hun nachtrust gelooped af te spelen, resulteerde in een kleine 5,5 miljoen streams, waardoor Sleepify de band in één klap $20,000 aan royalties opleverde. Als wederdienst organiseerde Vulfpeck een fee-free tour en ging langs de 10 steden waar Sleepify het meest was gestreamed. Natuurlijk werd Sleepify snel van Spotify geknikkerd, maar dat weerhield hen niet om eerder dit jaar een soortgelijke actie uit te voeren. Moraal van het verhaal: If you can’t live the system, subvert it.

Het eerstvolgende project na Sleepify was het vorig jaar uitgebrachte Thrill of the Arts, de eerste echte LP na een dikke serie EP’s. Over kwaliteit van hun discografie hoeven we niet te spreken, dat is altijd zo solide en groovy geweest dat je neusharen als metronoom gaan dienen – mits het geluid hard genoeg staat. Ook hun teksten zijn nooit veel serieuzer geworden dan Fugue State’s 1612: “Sometimes I write a little song / So you don’t forget it / Sometimes I write a little song / To remember the lyrics,” wordt glorieus langs je trommelvliezen geperst door de telkens wederkerende stem van gastartiest Antwaun Stanley. Nee, als we ergens onderscheid moeten vinden in de werken van Vulfpeck, zal ons oog vallen op de progressieve producerskwaliteiten van eerdergenoemde. Omdat deze groep malloten louter één keer per jaar bij elkaar komen – voor niet langer dan een week – en in die tijd alles op tape proppen, plus hun schrale budget tijdens hun opstartperiode, doet het gros van hun EP’s behoorlijk lo-fi aan. Pas vanaf Fugue State, maar vooral vanaf Thrill of the Arts wordt de geluidskwaliteit hoog in zijn vaandel gehesen.

Vulfpeck is waarschijnlijk de coolste band van het moment, niet omdat ze superstoer hun sigaret uitmaken in je oogbal of hun strakke leren jasje uittrekken voordat ze hun instrumenten op het podium kapotslaan, maar simpelweg omdat ze alles maar met een korreltje zout nemen. Zij zijn de representatie van de puddingtarzan die trots is op dat wat ‘ie doet. Het enige verschil is dat de puddingtarzan niet opzettelijk achterlijk is. Het feit dat ze zichzelf omdopen tot “a half-Jewish post-geographic rhythm section,” die treiterende ironie, zegt genoeg over hoe serieus ze zichzelf nemen. Dat terwijl de muziek oprecht en wonderbaarlijk goed blijft. De eerste twee jaar pretendeerde ze elkaar ontmoet te hebben “at the University of Michigan in a 19th-century German lit class.” Dikke onzin, op het University van Michigan gedeelte na. Alle vier volgden ze een Major in Music en dat wordt op The Beautiful Game wederom duidelijk. De blunted bass-sound van Joe Dart op Dean Town, fenomenaal sterk in techniek, timbre en soul is alsof de eerste automaton met een emotioneel bewustzijn een bas in zijn klauwen krijgt gedrukt. Hetzelfde geldt voor 1 for 1, DiMaggio, eveneens starring powerhouse Antwaun Stanley, die op Aunt Leslie – het perfecte voorbeeld dat het absoluut onnodig is om altijd betekenis te zoeken in bepaalde muzikale besluiten – zijn beste performance neerzet met een demonstratie van zijn gestroopte, theatrale keeltje.

Naast Stanley kent The Beautiful Game wederom wederkerende gastartiesten waaronder Joey Dosik en Cory Wong – glorieus geëerd door zijn naam als songstempel te gebruiken op de albumafsluiter. Maar ook Richie Rodriguez en Christine Hucal, die op Margery, My First Car een lijntje uitwerpt naar de dromerige vibe in Lianne la Havas’ Elusive, maar heerlijk hartverwarmend aandoet zoals ze al eerder deed op Thrill of the ArtsBackpocket.

Nog sterker dan Thrill of the Arts is The Beautiful Game in zijn mate van variatie binnen het album. Altijd funky, maar als een carouselpaard in sferen. Albumopener The Sweet Science, met een hoofdrol voor klezmerheld Michael Winograd (Yiddish Art Trio, Tarras Band), is de soundtrack van de verbeten romanticus die tijdens het avondrood in een verlaten Parijs café zijn leven overdenkt terwijl het kaarslicht de weemoed op zijn gezicht accentueert terwijl de revival van Conscious Club het flitsende, overgeromantiseerde spektakel van clubs als Berghain een klank probeert te geven wat, natuurlijk, vet ironisch bedoeld is.

Vulfpeck niet kenmerkend voor onze tijd? No way Bennie. Het archetype van onze generatie draait juist om oprechtheid met een lekkere lepel ironie. Het is daarnaast ook verdomd amusant om naar een stel allesbehalve serieuze doobies te luisteren die behoorlijk goed weten hoe en waar muzikale pracht in schuilt.

Tweet Share
Geschreven door
Nick Vermeer

Nick, alias Nicholas, alias Rooie God, slijt zijn dagen met het bedenken van dubbelzinnige one-liners, terwijl hij keiharde Air door zijn - inmiddels versleten - speakers knalt. Slaap voor 10, energie voor 6 - ...