MENU
Recensie: Devendra Banhart – Ape In Pink Marble
27 september 2016
806 WOORDEN 2 MINUTEN

Venezuelaans singer-songwriter en beeldend kunstenaar Devendra Banhart kwam op in begin jaren 2000 en werd al snel gezien als een belangrijk icoon van de freak-folk beweging. Ook werd hij onder het New-Weird America genre gerekend. In de jaren die volgden, breidde hij zijn sound uit en experimenteerde hij, met het toppunt van diversiteit nog wel in de vorm van Smokey Rolls Down Thunder Canyon (2007). Nog steeds meanderend tussen werelden, genres, en talen —Devendra zingt zowel in Spaans als Engels— maar een duidelijke stripped-down geheel was meesterwerk Mala (2013), dat alom geprezen werd. Met zijn nieuwe plaat, dat volgt op een oeuvre-overspannend boek van zijn visuele kunst, bouwt Banhart voort in zijn diversiteit en ingetogenheid. 

In de drie jaar sinds dat Devendra Banhart Mala uitbracht, hebben meerdere artiesten zich gevonden in de surrealistische, freak-folk plekken waar Banhart zich al meer dan een decennium begaf. Echter, in plaats van over het gedreun van een zaal heen te schreeuwen, schroeft hij alles op zijn nieuwe plaat wat terug, wat uitnodigend en intiem aanvoelt, en ook wat somber. Devendra had zich namelijk al bewezen een uitbundig en humoristisch rocker te kunnen aanmeten, in oude nummers als het hete Spaanse Carmensita (met zijn toenmalige vriendin Natalie Portman in de clip).

Zijn nieuwe album Ape in Pink Marble is thematisch gebaseerd. – zo heeft hij in interviews aangegeven, op de muziek (muzak, beter gezegd) die je zou horen in een hotel in een bijzonder deel van Tokyo, wat zoals bij Banhart nooit helemaal sarcastisch zal zijn bedoeld. Het serieuze in die uitspraak is terug te horen in de koto, de traditionele Japanse harp, die hier en daar om de hoek komt kijken. Het thema laat Banhart ook menig karakter of gevoel belichamen. Neem de vruchteloze tragikomedie in het absurd(e) goed gelukte Italo-disco Fig In Leather waar een flirt-poging gedoemd is te mislukken. Een oude man probeert hier indruk te maken, door “hippe, moderne” termen te gebruiken, wat niet helemaal lukt. Of het nummer Fancy Man, waar Banhart zich voordoet als een blauw-bloedige materialist die van een “long line of people who have never waited in line” komt, die aan het einde van het lied beseft, dat het allemaal voor niets is. 

Meer sombere stripped-down nummers, waarin Devendra’s liefde voor minimal-componisten William Basinski, Harold Budd en John Cage te horen is, zijn er ook; het grotendeels instrumentale slotnummer Celebration, het spirituele Mara. Of een ode aan een overleden vriend in openingstrack Middle Names. (fun-fact: Bankarts eigen middle-name is Obi, omdat zijn ouders zo’n fan waren van Star Wars…) De sombere, minimale nummers vinden onder andere hun kracht in de subtiliteiten. Zo gebruikten hij en de bandleden waar hij altijd mee samenwerkt (waaronder Braziliaans doorgewinterde muzikant die de theme-song voor Narcos maakte, Rodrigo Amarante) oude synthesizers en Casio batterijen, met name batterijen die leeglopen en ‘des-integreren’, wat terug te horen is in het geluid. Zo gingen ze opzoek naar specifieke batterijen, die bijna leeg waren, voor toetsen in de nummers Mourner’s Dance en Middle Names. Eerdergenoemde William Basinski maakte onder anderen furore door het compleet uitbuiten van dit desintegratie proces op zijn door 9/11 geïnspireerde Disintegration Loops, die soms wel een uur duren, waarin de akkoordenprogressie steeds íetsjes veranderd, wat vervolgens mediterend werkt.

Het meest intense, sombere nummer op de plaat, is de track waarin Devendra in de rol van een vrouw kruipt. Dit keer de eenzame Linda; zo’n lied staat op elk van zijn platen wel eentje (luister bijvoorbeeld Bad Girl). Het grijpt terug naar de titel van deze nieuwe release, Ape In Pink Marble, waarbij de aap vaak als een erg mannelijk symbool wordt gezien: impulsief, rauw en fysiek. Het roze marmer reflecteert het verfijnde, elegante vrouwelijke, dat tegelijk erg sterk is.

devendra-banhart-ape-in-pink-marbleDie samenvloeiing karakteriseert de verschillende kanten van Banhart’s werk zeer goed. Experimenten met gender, genre en kunstvorm blijken elke keer weer op hun goede, unieke plek terecht te komen, zo blijkt ook uit de prachtige, altijd zelf geïllustreerde album-covers, en het vorig jaar uitgebrachte boek, dat Banharts oeuvre als beeldend kunstenaar laat zien (I Left My Noodle On Ramen Street).

Zelfs wanneer je hem vergelijkt met andere folk-artiesten, weet Devendra Banhart altijd een geluid neer te zetten dat ongelooflijk hedendaags, en niet-te-vangen aanvoelt. Overal is aan geschaafd, zonder zijn speelsheid te verliezen, ingenieuze humor zit erdoor heen verweven, en keer op keer klinken zijn albums alsof hij ze in de kamer naast je aan het spelen is. Waarschijnlijk zal zijn nieuwste plaat in alle opzichten weer blijven groeien, zoals Mala dat al drie jaar doet bij ondergetekende, and counting.

 

Tweet Share
Geschreven door
Nout
Nout

Nout rondde zijn studie Artificial Intelligence af en verruilde Nijmegen voor Amsterdam, alwaar hij een master volgt. Hij reist graag en luistert al 10 jaar naar folk, rock&roll, hiphop, pop. Hij maakte een...