MENU
Recensie: Childish Gambino – ‘Awaken, My Love!’
9 december 2016
851 WOORDEN 2 MINUTEN

Gods wegen zijn ondoorgrondelijk, zo werd mij vroeger verteld, en 2016 maakt deze regel pijnlijk duidelijk: de iele genieën Bowie en Prince zijn ons dit jaar ontnomen. Trek daar nog Leonard Cohen en Phife Dawg van af, en het wordt duidelijk dat de wereld in het rood staat. Maar gelukkig gaat ieder verlies gepaard met een geboorte. Dit jaar komt namelijk het grote talent van Donald Glover (alias: Childish Gambino) aan het licht. In september bracht hij seizoen 1 van zijn serie Atlanta uit, wat een prettig absurdistisch portret is van drie zwarte vrienden in Atlanta. Grappig, fris, en slim gemaakt: absoluut verplicht kijkmateriaal. December brengt ons Gambino’s nieuwe album “Awaken, My Love!”, en ik wil dat je tijdelijk uit je winterslaap ontwaakt. Hup, bril op en volg mijn woorden, want dit is verplicht leesmateriaal.

Voordat ik dit album aan de tand ga voelen, wil ik een lans breken voor (de persoon) Donald Glover. Blijkbaar heeft hij genoeg talent en ruimte om bij nagenoeg ieder nieuw project rigoureus van koers te veranderen: van hiphop (Camp, Because The Internet) naar psychedelische soul (“Awaken, My Love!”), en van sitcom (Community) naar raciaal portret (Atlanta). Van die afwisseling word ik blij, want veel kleuren maken een mooie regenboog. Tevens betekent stilstand achteruitgang, en hoewel dit album op een bepaalde manier een stap terug in de tijd is, zet Gambino zoals altijd twee stappen vooruit in zijn carrière.

Ik kan enkele vergelijkingen niet vermijden: ik hoor George Clinton (Parliament en Funkadelic), de psychedelische Temptations (eind jaren ‘60), Sly Stone en The Meters. Dat is helemaal niet gek, aangezien Gambino toegaf dit album geschreven te hebben met de platenkast van zijn vader in het achterhoofd. Muziek die vroeger zowel ‘eng en seksueel’ tegelijk klonk, zo stelde hij in een recent gesprek met Billboard, ‘and that’s what made it great’.

En juist die combinatie maakt ook dit album aantrekkelijk. Laat ik beginnen met het openingsnummer Me and Your Mama. Nog voor de release van het album zei een stemmetje in mijn hoofd dat dit wel eens hét nummer van het jaar zou kunnen worden. Ja hoor, dacht ik, krijg ik dat weer – stemmen in mijn hoofd. Maar écht, ook in de context van het album is Me and Your Mama een winnend liedje: “Awaken, My Love!” schiet uit de startblokken als een hardloper op de 200 meter. Zó explosief: ik kan niet anders dan met open mond toehoren.

Maar een sprint is gauw gerend, als je snel bent. Het album kakt hierna een beetje in. Het geheel swingt wel (Have Some Love, Boogieman, Riot), maar de nummers blijven aan de oppervlakte, waardoor ik mijn aandacht al gauw verlies. Fijn voor de achtergrond of een raar feestje, dat wel, maar Gambino zou in staat moeten zijn om potten en pannen te breken met zijn muziek. Dat lukt echter niet met halflauwe nep-Funkadelic-covers. Of ben ik nu te streng?

Ik denk dat Gambino nu even een luier moet verwisselen.

Nee hoor, want al gauw volgt Redbone, een van de paradepaardjes van dit album (en de tweede single). Ter informatie: een redbone is een zwarte vrouw met een lichte huidskleur (voorbeelden: Erykah Badu, Zoë Kravitz en Prince (?)). Redbone valt op door wat ik noem een ‘bordeelsluiper-erotiek’: een sensuele sound, die tevens erg beeldend is. Ik zie rode gordijnen en bordeelsluipers die glijden over een fluweelrood tapijt. Langzaam de trap op, stap voor stap, trap na trap. Ze ligt op bed en is met palmolie ingevet. My peanut butter chocolate cake. Zij naakt, hij gekleed. Wat volgt? Gambino: ‘If you want it, oh / You can have it, you can have it / If you need it / You better believe in something / We can make it / If you want it / You can have it, aaaaah!’

En nu even mijn onderbroek verwisselen.

California is vermakelijk, maar dan met name door het vreemde stemmetje dat Gambino gebruikt. De onbezorgde lulligheid van het nummer herinnert me aan Coconut van Harry Nilsson. Dat en de zomerse beat werken redelijk voor mij. Het daaropvolgende Baby Boy is een mooi nummer, waarin hij zich richt tot zijn pasgeboren kind. De laatste zinnen van het nummer lieten me héél even slikken: ‘And there was a time before you / And there will be a time after you / Though these bodies are not our own / Walk tall, little one, walk tall / Let me hold you, let me hold you.’

En nu even mijn zakdoek verwisselen.

Ondanks enkele matige nummers wil ik niet van een ‘misfire‘ spreken. Wel ben ik bang dat “Awaken, My Love!” in de categorie ‘kijk, dit kan ik óók’ valt, en niet in de categorie ‘kijk, dit ben ik, dit is mijn leven’. Het album vermaakt, oh ja, maar “Awaken, My Love!” is vooral een smakelijk tussengerecht dat de honger stilt terwijl ik wacht op het hoofdgerecht: seizoen twee van Atlanta. Die serie (in de categorie ‘kijk, dít ben ik, dít is ons leven’) is waar ik op wacht, maar tot die tijd verzacht dit album de ruwheid van het wachten.

Zo, je kunt weer terug naar je winterslaap. Maar eerst even je dekbed verwisselen.

Tweet Share
Geschreven door
Wouter

Wouter schrijft over muziek, film en literatuur, en bouwt in zijn stukken graag aan een doolhof waarin de uitgang zijn mening blijkt....