MENU
Longread: Sometimes I Sit And Think
23 juni 2016
2486 WOORDEN 7 MINUTEN

Binnen een mum van tijd is Courtney Barnett, een Australische met Hollandse nuchterheid, uitgegroeid tot een van de meest unieke figuren binnen de wereld van de alternatieve popmuziek. Hoe harder ze roept dat ze niet cool is, hoe cooler men haar vindt. Hoe meer ze zegt dat ze teleur zal stellen, hoe minder ze het doet. Hoe ingetogener Courtney Barnett, hoe intenser de hype.

Hype? Dat is misschien niet het goede woord. Niet meer. Een hype, dat is Courtney Barnett als ze in 2014 al op Nederlandse festivals Crossing Border en de eerste editie van Down The Rabbit Hole speelt. Een album heeft ze niet, wel een bundeltje van twee EP’s. De eerste daarvan, I’ve Got a Friend Called Emily Ferris, komt in 2012 uit via haar eigen label Milk! Records uit. De drums op het plaatje worden ingespeeld door Dandy Warhols-drummer Brent DeBoer. DeBoer is een Amerikaan, maar hij woont het Australische Melbourne, waar hij de psychedelische folkband Immigrant Union opricht.

Barnett, in Sydney geboren als dochter van een balletdanseres en een grafisch ontwerper, verhuist op 20-jarige leeftijd naar Melbourne, de broedplaats van Australische muziek, als ze haar kunststudie aan de Universiteit van Tasmanië verruilt voor het muzikantenleven. Haar hoezen tekent ze overigens nog wel zelf. In 2011 raken Courtney Barnett en haar huidige bandleden, drummer Dave Mudie en bassist Bones Sloane, betrokken bij Immigran Union, maar in 2013 kiezen ze definitief hun eigen weg.

Die weg leidt al snel naar een contract bij het Londense label House Anxiety, een afdeling van Marathon Arists (o.a. Jagwar Ma en Childhood). Die maatschappij brengt in augustus 2013 A Sea of Split Peas uit, een bundel van I’ve Got a Friend Called Emily Ferris en een tweede EP, How To Carve a Carrot into a Rose. De dubbel-EP, met leadsingle Avant Gardener voorop, wordt wereldwijd geprezen en bezorgt Barnett niet alleen een plek op de affiches van Crossing Borders en Down The Rabbit Hole, maar ook optredens in Jimmy Fallons Tonight Show en op het hipsterhype-festival bij uitstek: Coachella.

Niet dat Barnett van plan is haar leven te veranderen. Ze blijft in Melbourne, waar ze samenwoont haar vriendin en collega-muzikant Jen Cloher, op wiens derde album In Blood Memory (2013) ze de gitaarpartijen voor haar rekening neemt. Een tijdje blijft ze zelfs nog werken als barvrouw in de Northcote Social Club, waar ze vaak met haar vrienden muziek maakt. Daarvoor werkt Barnett als verkoopmedewerker in een schoenenwinkel, waar ze rijkelui dure merkschoenen aansmeert, maar aardige klanten gladde praatjes bespaart.

Het toont de twee gezichten van de zangeres die in 2015 in een interview met Rolling Stone zegt: “Het liefst zou ik als werk pakketjes inpakken in de kelder van het postkantoor of vakken vullen midden in de nacht.” Courtney Barnett beschikt over een flinke portie charisma, maar dat laat ze alleen merken als het haar uitkomt.

courtney_barnett_2015_press_03_1024

Veel belangrijker dan haar talent om op te vallen is haar talent om niet op te vallen. Barnett is af en toe cryptisch, maar vooral heel vaak concreet, het resultaat van eindeloze observaties. In het land van telefoonverslaafden, is twee-oog koning. In gesprek met SPIN legt Jen Cloher in 2015 uit: “Alle goede schrijvers zijn goede observanten. (…) Mensen waarderen Courtney’s perspectief omdat ze het persoonlijke universeel maakt.”

Chastity Belt-frontvrouw en tourgenoot Julia Shapiro beschrijft Barnetts stijk in hetzelfde artikel als volgt: “Wat ik zo goed vind aan haar is hetzelfde als wat ik zo goed vind aan stand-up komieken: ‘Dit is grappig en iedereen heeft het gedacht, maar nog niemand heeft het gezegd.’” Die interesse in de universele betekenis van het alledaagse is terug te herleiden naar Barnett’s eerdergenoemde studie aan de Universiteit van Tasmanië. Daar raakte ze als fotografe gefascineerd door het realisme van de Amerikaanse fotografe Nan Goldin.

Een goed muzikaal voorbeeld is Nobody Really Cares If You Don’t Go To The Party, een single die werd opgeluisterd met een guerrillacampagne die eindigde met een verrassingsoptreden in de Londense wijk Camden. Barnett bezingt er het gevoel dat we allemaal weleens gehad hebben als we ons ergens tussen party en pyjama in bevinden: “I wanna go out, but I wanna stay at home.” Seks, drugs en rock-‘n-roll? Barnett houdt het bij de laatste: “You say you’ll sleep when you’re dead, I’m scared I’ll die in my sleep. (…) I’d rather stay in bed, with the rain over my head, than have to pick my brain up off of the floor.”

Die rusteloosheid van Barnett is te zien als gevolg van de eenzijdigheid van de huidige media- en cultuuruitingen, maar vooral als gevolg van de onzekerheid van een twintiger die bij vlagen met depressies worstelt. Met het nummer Small Poppies verwijst Barnett naar het tall poppy syndrome, waarbij men een persoon die zijn leven op orde heeft bekritiseert om zich niet minderwaardig te voelen. Een interview met Barnett van Pitchfork uit maart 2015 lijkt te suggereren dat Barnett dat bij zichzelf doet: “Ik heb zoveel tijd ongelukkig doorgebracht in bed, terwijl ik hoopte dat er iets interessants zou gebeuren. Als er dan eindelijk interessante dingen gebeuren, word ik gek en wil ik terug naar dat stille plekje.”

CournetbarnettNiet voor niets blijft Barnett voor de opnames van haar debuutalbum dicht bij huis. Sometimes I Sit and Think, and Sometimes I Just Sit wordt in april 2014 opgenomen in de Head Gap Studio  in Preston, een voorstad van Melbourne. Barnett, Mudie en Sloane krijgen er bijval van Dan Luscombe, gitarist van de gevestigde Australische rockband The Drones. Het viertal neemt de in tien dagen elf nummers live op tape op. De omgeving van de studio vormt de inspiratie voor een van die elf nummers, tweede single Depreston.

Op Sometimes I Sit dwingt Barnett zich daarentegen ook om over haar grenzen heen te kijken. Courtney Barnett is een soort slacker, maar niet de soort die de hele dag voor de tv hangt. Sterker nog, haar tv is al vier jaar kapot en ze is te lui om hem te (laten) repareren, zoals ze bekent op Are You Looking After Yourself?, een muzikale dialoog tussen Barnett en haar moeder: “Did you see that special on TV the other eve? No, my TV stopped working when we got here, it’s been four years.” Nee, Courtney Barnett deelt niet in de onverschilligheid die een groot deel van haar mede-slackers kenmerkt.

Buiten haar muziek drukte de artiest zich al meerdere malen uit tegen milieuvervuiling in Australië. Op haar debuutalbum integreert ze die kritiek in haar nummers, bijvoorbeeld op Dead Fox, waarbij ze een dode vos langs de snelweg in verband brengt met industriële landbouw en het kapitalisme. Ze begint opnieuw met een persoonlijke observatie, (“Jen insists that we buy organic vegetables”), maar eindigt met: “I’ve lost count of all the cows.” Het nummer is doorspekt met verwijzingen naar verkeersaders en vrachtwagens, die Barnett gebruikt als een metafoor voor de grote bedrijven die het land ontwrichten. De titel, Dead Fox, zelf laat zich gemakkelijk lezen als referentie aan Lindsay Fox, een Australische transportmagnaat.

Een vergelijkbaar nummer wendt zich niet tot vrachtwagens, maar tot caravans. Kim’s Caravan, het langste, donkerste en Barnett’s favoriete nummer op de plaat, vertelt het verhaal van een jonge Barnett die in de caravan van een vriendin naar de kust trekt en daar ziet hoe slecht het Great Barrier Reef eraan toe is. Zelf beschreef Barnett het nummer als volgt: “Een apocalyptisch verhaal over een wereld zwart geschilderd met olie en roet, rood geschilderd met bloed en hebzucht.” Niet dat de zangeres zichzelf van alle blaam beschermt, trouwens. In het eerste couplet zingt ze: “I see a dead seal on the beach. The old man says he’s already saved it three times this week. I guess it just wants to die, I would wanna die too, with people putting oil into my air, but to be fair, I’ve done my share.”

In opener Elevator Operator, het enige nummer dat Barnett over een vriend schreef in plaats van over zichzelf, vertelt ze het verhaal van de twintigjarige Oliver Paul. Hij ging dagelijks met de lift naar het dak van de bedrijfsflat om van het uitzicht te genieten en te ontsnappen aan zijn werk: “Feeling sick at the sight of his computer, he dodges his way through the Swanston (Street, een drukke straat in Melbourne, red.) commuters, rips off his tie, hands it to a homeless man, sleeping in the corner of a metro bus stand and he screams: ‘I’m not going to work today.’” Op een dag belandt hij in de lift met een vrouw (“Hair pulled so tight you can see her skeleton”) die ervan overtuigd is dat hij omhoog gaat om zelfmoord te plegen. Met de oplossing die Oliver biedt geeft Courtney Barnett inzicht in de depressiviteit in het moderne bedrijfsleven: “I think you’re projecting the way that you’re feeling.”

Kortom, Barnett overspoelt de luisteraar met een stream of consciousness, een literaire vorm die het levenslicht zag met dank aan de pennen van schrijvers als James Joyce en Ernest Hemmingway. Anno 2016 inspireert de verhaaltechniek muzikanten als Barnett, haar landgenoten King Gizzard & The Lizard Wizard en vele anderen. Het beste voorbeeld is Pedestrian At Best, de felle leadsingle van Sometimes I Sit and Think, and Sometimes I Just Sit. Barnett zingt geen zinnen, maar ratelt regels zonder enige interpunctie: “I love you I hate you I’m on the fence it all depends whether I’m up I’m down I’m on the mend” enzovoorts, enzovoorts…

Het zijn dit soort vrije associaties die Courtney Barnett in direct contact brengen met Kurt Cobain en Nirvana, een band die belangrijk is geweest in de muzikale ontwikkeling van de zangeres. Ter illustratie: het tweede nummer dat Barnett, die net als Cobain linkshandig is, op gitaar leerde (na Deep Purple’s Smoke On the Water), was Nirvana’s Come As You Are. De brug die Barnett de afgelopen jaren heeft geslagen tussen haar grunge-achtige rock en de mainstream doet denken aan de crossover die bands als Nirvana en Pearl Jam in de jaren negentig (deels tegen wil en dank) maakten, hoewel het vooral de In Utero-periode van Nirvana is die hoorbare sporen heeft nagelaten op het werk van Barnett.

Barnett deelt haar snijdende cynisme en gitzwarte humor, dat ze toedicht aan een fascinatie met Roald Dahl, met haar voorgangers, maar ze onderscheidt zich van de vaak wat onverschillige grungerockers door haar eerder geïllustreerde betrokkenheid bij serieuze zaken als politiek en milieu.

Die scherpte stelt Barnett ertoe in staat nu al terug te kijken op haar nog zo jonge loopbaan. Op prijsnummer Pedestrian at Best zingt ze: “Put me on a pedestal and I’ll only disappoint you. Tell me I’m exceptional and I promise to exploit you.” De clip zet het idee alleen nog maar kracht bij: Barnett heeft de competitie ‘Clown of the Year 2013’ gewonnen, maar krijgt daarna niemand meer aan het lachen. In het nummer dat haar doorbraak definitief maakte bespreekt Barnett ook al de eindigheid van haar succes (“It won’t be with me on my deathbed, but I’ll still be in your head”), haar (gebrek aan) authenticiteit (“I’m a fake, I’m a phoney”) en de mogelijke uitvinding van een nieuwe versie van zichzelf (“Dirty clothes, I suppose we all outgrow ourselves”).

Voornamelijk die laatste gedachte keert terug op Kim’s Caravan, waarop Barnett zingt: “Don’t ask me what I really mean, I am just a reflection of what you really wanna see, so take what you want from me.” De zin lijkt een directe reactie, hoewel niet per se positief of negatief op de interpretatie van haar werk. Een even tegenstrijdige reflectie op haar muziek geeft Barnett op Debie Downer, dat ook verwijst naar de periodes waarin ze worstelde met depressie. Eerst zingt ze: “Tell me when you’re getting bored and I’ll leave. I’m not the one who put the chain around your feet. I’m sorry for all my insecurities, but they’re just a part of me.” Later in het refrein zingt ze daarentegen: “Don’t stop listening, I’m not finished yet. I’m not fishing for your compliments.”

Die onzekerheid is niet nieuw voor Barnett. Een ervaring uit 2013 legde de basis voor An Illustration of Loneliness (Sleepless in New York). Barnett speelt dat jaar, nota bene met de nodige hulp van de Australische Raad voor de Kunst, op de New Yorkse CMJ Music Marathon, een van de grootste showcases van de Verenigde Staten. Eenmaal in haar hotelkamer mist Barnett haar vriendin en twijfelt ze of haar muzikantenleven dat wel waard is. In een tekst die opnieuw vol is van associaties zingt ze: “I lay awake at three, staring at the ceiling. It’s a kind of off-white, maybe it’s cream. I think I’m hungry, I’m thinking of you too.” Think is een kernbegrip in het woordenboek van Courtney Barnett. Niet voor niets heeft het woord zo’n centrale plaats in haar albumtitel. Voor Barnett lijkt de activiteit bijna net zo belangrijk te zijn als ademen. Wat dat betreft doet ze Descartes’ cogito ergo sum (‘ik denk dus ik ben’) eer aan.

Hoe het af is gelopen met die carrière van Courtney Barnett, dat weten we inmiddels. Of toch in ieder geval hoe die carrière zich heeft voorgezet. In 2014 is de Australische bijvoorbeeld terug op CMJ, maar deze keer als een van de headliners. Met een geslaagd optreden bij Saturday Night Live toonde de rockster in mei nog aan dat zelfs de Verenigde Staten, vaak een onneembare vesting voor alternatieve rockbands, aan haar voeten ligt. En dat terwijl ook duidelijk is dat allebei die voeten nog stevig op de grond staan.

Ook Barnetts debuut op de Nederlandse festivalweides blijft niet onopgevolgd. In 2014 kreeg Courtney Barnett op de eerste editie van Down The Rabbit Hole een plekje in de kleinste tent van het terrain, de Fuzzy Lop (het schijnt een konijnenras te zijn), toebedeeld. Een jaar later volgde een geslaagde avondshow op grote broer Lowlands. Nóg een jaar later is Barnett terug op Down The Rabbit Hole, maar deze keer al in de tweede tent, de Teddy Widder. Hoewel wat slackers zich misschien al willen verzkeren van een plekje op de voorste rij bij Mac DeMarco, die na Barnett in de grote Hotot speelt, gokken we dat de Teddy Widder zal uitpuilen. Anders kan Courtney Barnett zich troosten met de gedachte dat het een kwestie van tijd zal zijn voor ook zij dat podium (en veel nóg grotere) zal betreden.

Courtney Barnett speelt op vrijdag 24 juni van 19:45 tot 20:45 in de Teddy Widder op Down The Rabbit Hole 2016. Op 5 juli staat ze in Paradiso, Amsterdam.

Tweet Share
Geschreven door
Dirk
Dirk

Dirk raakte op Best Kept Secret 2013 verslaafd. Niet aan geestverruimende middelen, maar aan alternatieve muziek! Houdt van boeken en foto's, maar alleen degenen waar hij zelf niet op staat....