MENU
Interview: The Slow Show: “In Manchester is alles mogelijk”
9 november 2016
1287 WOORDEN 3 MINUTEN

Ah, Manchester. Het domein van The Smiths, Oasis en The Stone Roses. Wie niet beter weet en Morrissey’s teksten links laat liggen (niet doen hoor), zou haast zeggen dat de plaatselijke exportproducten de stortvloed aan Britse regen gecompenseerd hebben met zo zonnig mogelijke Britpop. In de stad zelf hebben ze het nog niet door, maar er is inmiddels een band die die plensbuien laat klinken in de vorm van folksongs vol popsongs. Via het Duitse label Haldern Pop en een lange reeks shows verovert The Slow Show (niet – zoals vaak aangenomen vanwege de overeenkomstige sound – naar het nummer van The National) het Europese vasteland. Naar aanleiding van de release van tweede plaat Dream Darling spreekt Muzify met frontman Rob Goodwin. Niet alleen over dat nieuwe album, maar ook over de stad Manchester en hun doorbaak in Nederland.

Dat Goodwin een bijzonder bruine keel kan opzetten wisten we natuurlijk al van shows op onder meer London Calling, Into The Great Wide Open en Best Kept Secret, maar als we hem een paar dagen voor de release van Dream Darling spreken, kunnen de speakers van de Muzify Mobiel zijn lage stem bijna niet aan. De manier waarop Goodwin spreekt, rustig maar met passie, lijkt bijzonder veel op de manier waarop hij al zingend het Europese publiek voor zich gewonnen heeft. We snappen best waarom.

Jullie sluiten qua geluid niet aan op de muziekgeschiedenis van Manchester. Denk je dat dat jullie doorbraak in Groot-Brittannië heeft verhinderd? 
“Ik denk het wel. We passen niet in een hokje. Althans, niet in het hokje waarin bands uit de stad Manchester normaal gesproken passen. Dat heeft ons wel tegengewerkt denk ik. Ik moet wel toegeven dat we ook niet zoveel in Groot-Brittannië gespeeld hebben. Het was nooit ons doel om een typische Britse band te zijn. We zijn ook niet zo geïnspireerd door de grote bands uit de stad. Sommigen van ons hadden alleen nog klassiek gespeeld voor we The Slow Show vormden, anderen hebben een verleden binnen filmmuziek. Manchester heeft ons wel op een andere manier beïnvloed. De stad overtuigt je ervan dat alles mogelijk is, wat je afkomst ook is en of het nou op het gebied van sport, muziek of iets heel anders is. In Manchester is alles mogelijk.”

Waarom werkte het in landen als Duitsland en Nederland wél?
“Praktisch gezien is het belangrijk geweest dat we een Duits label hebben. We hebben ook gewoon veel op festivals in Duitsland en Nederland gespeeld. Wat ik merk op die festivals is dat het publiek in landen als Nederland veel minder gedreven wordt door trends. Het maakt ze minder uit wat op een bepaald moment hip is. Op een festival als Into The Great Wide Open – een prachtige plek om te spelen trouwens – merk je dat omdat in het publiek de zestigers en de tieners gewoon naast elkaar staat. Het is heel fijn om voor zulke mensen te spelen, zeker omdat festivals niet per se onze natuurlijke habitat zijn.”

Je hebt eerder gezegd dat ook het frontmanschap je niet zo ligt. 
“Het zal nooit mijn grootste hobby worden, nee. Maar ik merk dat ik het steeds minder moeilijk begin te vinden. Het heeft ook te maken met ervaring. Voor ik in deze band terecht kwam had ik nog nooit gezongen. We zijn lang op zoek geweest naar een zanger, maar toen we niemand kon vinden ben ik uiteindelijk maar gaan zingen. Als ik nu onze eerste EP Midnight Waltz (2011, red.) terugluister, hoor ik dat ik me op dat moment helemaal nog niet op mijn gemak voelde als zanger. Ik moest nog zoeken naar mijn bereik. Ik vind mezelf trouwens nog steeds een wat beperkte zanger, hoor. Ik zie mezelf meer als een verhalenverteller.”

BestKeptSecretVrijdag-3The Slow Show op Best Kept Secret 2016. Foto: Hannah Jacobs

Is de band ook veranderd in de periode tussen White Water en Dream Darling
“Ja, ik denk het wel. Op White Water waren we nog heel erg op zoek naar onszelf. De plaat klinkt daardoor soms wat als zijn titel: onstuimig. Op Dream Darling hebben we onszelf echt gevonden. Het verschil is misschien niet direct hoorbaar, maar het is er wel degelijk.”

Jullie hebben Dream Darling opgenomen in het Lake District, een natuurgebied in het noordwesten van Engeland. Heeft dat invloed gehad op het eindresultaat? 
“Absoluut. Het was geweldig om ons zo af te kunnen zonderen van de wereld. Het kan soms zwaar zijn om zo op elkaar lip te zitten en van huis weg te zijn, maar uiteindelijk ging het heel goed. We hebben de plaat zelf geproduceerd (onder leiding van hun Belgische drummer Fred Kindt, red.), dus het voelde echt alsof we met vijf vrienden weg waren. We gingen vaak na nachtelijke opnamesessies samen drinken in een van de omliggende dorpjes. We zijn daar echt naar elkaar toegegroeid als band. Het was daardoor bijvoorbeeld makkelijker voor me om de rest te vertellen waar mijn teksten over gaan. Op White Water interpreteerde iedereen de nummers op hun eigen manier, nu dacht iedereen hetzelfde. Dat merk je.”

Je hebt in aanloop naar dit album niet het belang van geluid, maar het belang van stilte benadrukt. Klinkt als een nobel streven, maar in de praktijk is het natuurlijk makkelijker om muziek te schrijven dan om muziek weg te laten. 
“Dat klopt helemaal. Daar hebben we ook best wel mee geworsteld. We hadden vaak wel een idee van hoe een nummer moest klinken, maar geen idee van hoe we dat geluid konden bereiken. Meestal gingen we in eerste instantie expres alle grenzen over qua orkestratie om het daarna terug te kunnen brengen. We hebben vaak discussies over details die de luisteraar niet eens zou opvallen, haha.

De nummers op beide albums klinken vrij melancholisch. Zijn ze dat ook altijd? 
“Haha, nee, dat hoeft helemaal niet zo te zijn. Vooral Dream Darling is eigenlijk best een optimistische plaat. Ik snap dat de nummers soms melancholisch of zelfs verdrietig klinken, maar dat zegt niet altijd iets over de gemoedstoestand waarin ze geschreven zijn. Onze nieuwe single Ordinary Lives vind ik bijvoorbeeld een heel optimistisch nummer vol vertrouwen.”

Op dat nummer zing je keer op keer ‘everything is changing’. Voelt het alsof alles na jullie doorbraak in de afgelopen jaren veranderd is? 
“Dat is een interessante vraag. Ik heb het niet per se geschreven met het oog op de band, maar als reactie op de manier waarop onze normale levens buiten de band de afgelopen jaren veranderd zijn. We hebben vrouwen, gezinnen. Natuurlijk hangen die veranderingen deels wel samen met de veranderingen binnen de band en de groei van de band, dus de twee zijn eigenlijk niet los van elkaar te zien. Wat dat betreft is je observatie over die regel absoluut waar.”

Alle leden van de band zijn tussen de dertig en veertig. Wat ouder dan de gemiddelde band die net doorbreekt en op het punt staat zijn tweede plaat uit te brengen, dus. Heeft dat invloed op jullie? 
“Ik denk het wel. Zoals ik zei, bijna alle leden hebben een gezin, dus we kunnen en willen niet de hele tijd on the road zijn. We worden oud, haha. Ook qua instelling zijn we denk ik iets anders dan muzikanten die tussen de twintig en dertig zijn. We waren eigenlijk helemaal niet bezig met doorbreken. We wilden gewoon samen muziek maken en hadden er verder niet zo idee van waar dat ons zou brengen. Maar natuurlijk klagen we niet over de manier waarop het gelopen is. We genieten er met volle teugen van.”

Dream Darling is uit via Haldern Pop. Op 14 november staat The Slow Show in Tivoli Vredenburg. 

 

 

Tweet Share
Geschreven door
Dirk
Dirk

Dirk raakte op Best Kept Secret 2013 verslaafd. Niet aan geestverruimende middelen, maar aan alternatieve muziek! Houdt van boeken en foto's, maar alleen degenen waar hij zelf niet op staat....