MENU
Interview: Mozes and the Firstborn: “De beslissing om onze plaat weg te gooien was heel positief”
10 januari 2017
2520 WOORDEN 7 MINUTEN

2013 was het, toen Mozes and the Firstborn de Nederlandse muziekwereld in de beste zin van het woord op deed schrikken met gruizige garagerockhitjes als I Got Skills en Peter Jr. Het kwartet uit de gekste stad van Nederland (Eindhoven!) kreeg door te spelen, te spelen en nog eens te spelen zelfs voet aan de grond in het gekste land ter wereld (de VS natuurlijk). Daarna slokte een zee der stilte Mozes echter op. De band gooide zijn tweede album weg en maakte een derde, Great Pile of Nothing. Die werd, ondanks zijn naam, wél goed genoeg bevonden. Gelukkig maar, want Mozes is terug. Muzify spreekt frontman Melle Dielesen uitgebreikt over de mislukte én de geslaagde plaat. 

Er zit ongeveer drie jaar tussen de release van jullie eerste en tweede album. In de tussentijd hebben jullie vooral veel live gespeeld. Zijn die optredens doorgesijpeld naar het album?
“Ja, zeker. We hebben inderdaad heel erg veel gespeeld met de eerste plaat. Veel mensen vonden het een te gekke plaat, maar dan vonden ze het live nog cooler. We wilden in eerste instantie een plaat helemaal live opnemen. Dat hebben we ook gedaan, die hebben we alleen niet uitgebracht. Zonder die ervaring hadden we deze plaat niet gemaakt. Qua thematiek zeker. Dat is ook nog zo bij dingen die ik nu aan het schrijven ben. Dat heeft een grote indruk gemaakt.”

Heeft de mislukking van zo’n live opgenomen plaat ertoe geleid dat jullie meer op jullie gemak zijn met het idee van twee verschillende klanken voor Mozes and the Firstborn, een in de studio en een op het podium?
“Op dit moment zijn we daar tevreden mee. Dat is ook het idee waarmee we Great Pile of Nothing hebben opgenomen. Dat voelde goed. Met de eerste plaat was het vooral veel knippen en plakken. Dat vinden we nog steeds heel erg leuk. De vertalingsslag naar live maken is daarna ook heel leuk en uitdagend. Wat niet wil zeggen dat we misschien voor een volgende plaat wel weer live willen gaan opnemen. We weten nu ook wat beter wat dat inhoudt, we waren eerst nog super groen. Nog steeds hoor, maar we zijn iets minder groen nu. Ik zou dat nooit uitsluiten. Je blijft een band, je wilt graag in een ruimte staan en de drums achter je horen beuken, de bas wil je voelen, je wil je versterkers hard kunnen zetten. Op dit moment werkt het voor ons het beste om alles gecontroleerd, laagje voor laagje op te nemen.”

Wat was de voornaamste reden om de ‘tweede’ plaat niet uit te brengen?
“Dat hebben we niet van de ene op de andere dag besloten. We hebben veel tijd genomen om daarover na te denken, ook omdat ik er zelf even doorheen zat. Er moest gewoon tijd zijn om die plaat even te laten liggen en hem later terug te luisteren. Het was het niet de makkelijkste beslissing die we hebben genomen.”

Is er qua geluid een groot verschil tussen de onuitgebrachte plaat en Great Pile of Nothing?
“Er zijn zeker dingen die vanuit die onuitgebrachte plaat over zijn gebracht op de plaat die uit is. Ook een aantal liedjes. Ik las laatst een interview met de producer van Pixies die ook zei: ‘Sommige nummers voor Doolittle waren al drie, vier keer opgenomen.’ Ik merk nu we weer bezig zijn met nieuwe nummers dat er soms ook oude nummers opduiken. Soms klopt het en is het meteen raak en soms neem je het op en is het het nog steeds niet.”

Ik kan me voorstellen dat het weggooien van een volledig album nogal een knauw aan je zelfvertrouwen kan geven. Hoe zijn jullie daarmee omgegaan?
“Eigenlijk was het besluit dat we de plaat niet uit zouden brengen juist heel positief. De momenten waarop je er nog zo hard voor strijdt terwijl je in je achterhoofd al weet dat het hem niet gaat worden, die zijn veel moeilijker. Die beslissing was te gek, eigenlijk. Als je even aan iets nieuws kunt beginnen, is dat eigenlijk heel fijn. Dat is het mooie, dat je er dan met z’n allen doorheen komt.”

Heeft de mislukking – om het heel oneerbiedig te zeggen – van het tweede album nog nieuwe inspiratie opgeleverd voor de uitgebrachte plaat?
“Zeker. Het eerste nummer van de plaat, Land of 1000 Dreams, gaat precies daarover, over touren, in een band zitten en de hopeloosheid die aan iedere creatieve bezigheid vastzit. Als het minder gaat en het blijft een tijd lang minder gaan, dan begin je je wel af te vragen wat je nou eigenlijk aan het doen bent. De plaat gaat over een periode van drie jaar, dus alles wat we meegemaakt hebben met de eerste plaat en met het produceren van die tweede onuitgebrachte plaat zit allemaal in die derde. Die omvat voor mij persoonlijk een heel grote periode.”

Jullie hebben Great Pile of Nothing uiteindelijk opgenomen in het Eindhovense PopEI in de wijk Strijp S, aan de overkant van Area 51, waar jullie de releaseshow van jullie debuutplaat speelden. Wat trekt jullie – naast het feit dat jullie roots er liggen – terug naar Eindhoven in plaats van naar een luxe studio?
“We hebben dus in een grote studio gezeten voor die tweede plaat, maar we zijn natuurlijk enorm met Eindhoven verbonden. Op Strijp S is nou eenmaal veel gaande. Er komen nu ook andere plaatsen waar dingen gebeuren. We repeteren bijvoorbeeld op Sectie C. Dat zijn allemaal plekken waar heel veel creatieve industrie is. PopEI is natuurlijk een begrip in Eindhoven. Robert (Schaeffer, red.), de boeker van de Effenaar, heeft ons met hen in contact gebracht omdat hij wist dat hun studio leegstond. Daar konden we heel snel in voor niet zo heel veel. Het was super dat zij ons op die manier wilden steunen. Area 51 ligt nou eenmaal ook op Strijp S en is een super coole zaal. Die releaseshow was ook enorm leuk. Zeker in het begin hebben we veel op Strijp gedaan. Ik heb ook een tijdje in het Natlab gewoond, een oud Philipslaboratorium.”

Ontstaat door zo’n plek niet het risico dat je voor eeuwig aan je materiaal blijft schaven?
“Jawel, maar voor die eerste plaat hebben we ook bij mijn moeder in de kelder gezeten. Daar hadden we ook tot vorig jaar kunnen zitten. Raven (Aartsen, drummer, red.) en ik kunnen elkaar in die zin heel goed scherp houden. Voor de eerste plaat hebben we ook gewerkt met een producer die ons dat echt heeft bijgebracht. ‘Jongens, nu is het af.’ Dat zit wel ingebakken. Ik ben zelf misschien wel geneigd om dingen uit te stellen, maar als Raven dat merkt, zegt ‘ie: ‘Nee joh, volgende week is het af.’”

Raven heeft Great Pile of Nothing zelf geproduceerd. Hoe is het om je bandgenoot en vriend ineens als producer te hebben?
“Dat is wel even wennen ja. Uiteindelijk is hij degene die het laatste oordeel heeft. Er zijn binnen een band altijd dingen die niet honderd procent opgelost kunnen worden. De een vindt de gitaar dáár veel beter… Zoiets kan escaleren, maar ik denk dat Raven het talent heeft om dat te voorkomen. We zijn nu een heel eind met plaat drie en het voelt nu best wel natuurlijk. Het gaat niet zonder horten of stoten, maar met Michel Schoots van de eerste plaat was dat ook heus niet altijd zo.”

Great Pile of Nothing is niet jullie enige recente release. Jullie brachten vorig jaar ook de EP Power Ranger uit. Wat was het idee achter dat plaatje?
“We hadden een hele tijd niets uitgebracht, dus we wilden zelf heel graag ‘naar buiten’ om aan onze fans te laten zien: we zijn er weer, we hebben vier nieuwe nummers en dit is de kant die we op gaan. Dat is het fijne aan een EP. Een plaat is meteen echt een PLAAT. Daar komt ook een heel ander soort aandacht voor, dus het is fijn om die nummers op zo’n manier toch naar buiten te kunnen brengen.”

Hoe ligt de sound van die EP ten opzichte van het onuitgebrachte en het uitgebrachte album? Is er sprake van een overgangsfase?
“Zeker. Wat veel verschil maakt is dat de plaat gemixt is door Roel Blommers, een jongen uit Eindhoven. Hij heeft de plaat dus gemixt, terwijl Raven de EP heeft gemixt. Toen we die gemasterd terugkregen bleek dat zijn kwaliteit misschien niet helemaal honderd procent bij het mixen ligt. Dat is een vak apart, dus is het goed om er iemand anders bij te betrekken. We hebben heel veel nummers opgenomen, dus dat is eigenlijk een grote hoop (een pile dus, red.) geworden. Die vier nummers waren al in een ver stadium, dus de keus was snel gemaakt om die nummers uit te brengen op een EP.”

Great Pile of Nothing is op verschillende manieren beschreven als een volwassenere plaat dan jullie debuut, in zowel positieve als negatieve zin. Hoe kijk je zelf tegen die volwassenheid aan?
“Een volwassen plaat, dat klinkt best kut eigenlijk hè? Je groeit natuurlijk op en er is een soort reactie op die eerste plaat. Het ligt ook heel erg aan de keuze van de nummers. Die nummers staan voor een bepaalde periode en die periode was voor mij en de band gewoon even wat moeilijker. Achter de schermen gaat daar een heel proces aan vooraf. Ik zie iedere dag wat er gebeurt en iemand die over de plaat schrijft heeft drie jaar geleden het album twee, drie keer beluisterd en luistert het nu weer voor ‘ie de volgende plaat gaat luisteren. Dan is het verschil ineens heel groot. Ik kan me dat goed voorstellen. Toen ik die vraag voor het eerst kreeg heb ik een paar nummers van de eerste en daarna een paar van de tweede plaat geluisterd. Toen snapte ik het ook wel. Maar misschien gaan we voor de derde plaat wel kinderliedjes maken.”

In Nederland is het album uitgekomen via Top Notch, traditioneel gezien een hiphoplabel, en in de Verenigde Staten via Burger Records, een echt garagerocklabel. Merken jullie verschil tussen die twee?
“Geen twee labels zijn hetzelfde. Het hele hiphopding… Kees de Koning van Top Notch nam destijds contact met ons op en stelde voor om een keer koffie te drinken. Het allerbelangrijkste daarin voor ons was dat hij de eerste was die zei: ‘Jullie zijn de artiesten, ik vind het heel vet wat jullie doen en als jullie denken dat wat jullie nu hebben het is, dan wil ik het uitbrengen. Jullie zijn degenen die de keuzes maken en als jullie in een hele dure studio willen gaan zitten met een hele dure producer, dan is dat ook cool.’ Burger is daarin eigenlijk hetzelfde. Het maakt niet uit of er daar nou gasten zitten met petjes achterover of niet. Dat is alleen maar oppervlakte. Ik wil liever kijken naar de – ik wil hier een heel moeilijke wiskunde term voor, maar daar was ik altijd heel slecht in… De gemeenschappelijke noemer!”

De mensen van het label zelf staan natuurlijk achter jullie muziek, maar die wordt wel aan een verschillend publiek blootgesteld.
“Ik denk dat we daar in Nederland niet per se veel mensen door gemist hebben. Als mensen niet naar ons luisteren omdat we op een hiphoplabel zitten, kan ik daar verder ook weinig mee. Er zijn ook mensen die zeggen dat je niet bij Excelsior moet zitten… Burger is natuurlijk heel belangrijk voor ons en in Amerika kwamen mensen gewoon letterlijk om het label. Die kenden de bands niet eens. Ik denk dat je in eerste instantie, zeker in Nederland, voornamelijk mensen bereikt die de band vet vinden. Het zou niet zoveel verschil moeten maken dat die band bij Top Notch zit.”

Jullie hebben een aantal bijzondere video’s bij Great Pile of Nothing uitgebracht. Waarom vonden jullie dat zo interessant?
“We hebben het altijd leuk gevonden om video’s te maken. Voor het eerste album hebben we er geloof ik vijf gemaakt, met B-kantjes erbij. De toon van het album is een verandering, dus we wilden ook een volgende stap maken met video’s. Dat hebben we vooral gedaan met de Crawl-video. We hebben onlangs de video voor Power Ranger uitgebracht. Ik had een vriend van me, een oude filmschoolleraar, benaderd met de vraag of hij een edit van zijn documentaire wilde maken. Het leek ons leuk om net iets andere dingen te doen dan alleen ‘de band die staat te spelen’, om te laten zien waar we visueel staan.”

De beslissing om een album weg te gooien verandert niet alleen de inhoud van de uiteindelijke release, maar ook het moment van die release. Waren jullie bang om de opgebouwde aandacht kwijt te raken door de albumrelease zo ver uit te stellen?
“Als de andere optie is om iets uit te brengen waar je niet achter staat, dan is de keuze makkelijker gemaakt. Het is nooit leuk om erachter te komen dat je niets gaat doen met een project waar je veel tijd en geld in hebt gestoken. De vraag of je daarmee aandacht kwijtraakt stel je jezelf altijd, maar ik heb nooit overwogen om iets anders uit te brengen. Als je in een band zit is dat creatieve proces continu gaande. Zelfs als je even wat tijd neemt om daarvan weg te komen is dat er eigenlijk onderdeel van. Als we volgend jaar een hitplaat maken, ben ik daar natuurlijk hartstikke blij mee.”

Over hits gesproken. Jullie staan dit jaar op Eurosonic Noorderslag, net als in 2013 en 2014. Toen kenden veel mensen jullie waarschijnlijk van I Got Skills. Voelt het alsof zo’n hit je op een gegeven moment tegen gaat werken, als de hit bijna groter wordt dan de band?
“Ieder beginnende band heeft altijd een nummertje, toch? Wij maken er ook heel vaak grappen over, maar dat is nu eenmaal zo. Ik ga zelf ook vaak genoeg naar bands toe en dan denk ik: die motherfuckers spelen dat ene nummer toch wel?! Dat is deel van de baan. Ik snap heel goed dat er bands zijn die weigeren hun hits te spelen of daar vervelend over doen, bijvoorbeeld Radiohead dat Creep niet speelt. Dat zijn bands die zijn extreem groot, die hebben die nummers voor duizenden en duizenden en duizenden mensen moeten spelen. Fucking vaak. Ik kan me dan wel voorstellen dat je op een gegeven moment die keuze maakt. Aan de andere kant: als je er zuur over gaat doen wordt het toch ook een soort grap. Je ontkomt daar niet aan.”

Jullie hebben ter gelegenheid van Noorderslag de EP Marianne uit. Hoe moeten we die vier nummers zien?
“Dat zijn nummers vanuit die sessie van drie maanden die we vorig jaar hebben gedaan. Er zijn natuurlijk altijd die het niet halen tot de plaat, maar die wij wel heel vet vinden en waar we helemaal achterstaan. We willen ook gewoon blijven releasen.”

Moses and the Firstborn speelt tijdens Eurosonic Noorderslag twee shows. De eerste is op vrijdag 13 januari van 22:50 tot 23:35 in Huis De Beurs, de tweede op zaterdag 14 januari van 23:30 tot 00:15 in de Binnenzaal van de Oosterpoort. 

Tweet Share
Geschreven door
Dirk
Dirk

Dirk raakte op Best Kept Secret 2013 verslaafd. Niet aan geestverruimende middelen, maar aan alternatieve muziek! Houdt van boeken en foto's, maar alleen degenen waar hij zelf niet op staat....