MENU
Interview: John Joseph Brill: “Ik wilde een soort personage zijn op het podium”
26 november 2016
1545 WOORDEN 4 MINUTEN

Enkele jaren geleden leek John Joseph Brill zijn leven op orde te hebben als frontman van de Londense folkband Burning Beards, onderdeel van de West-Londense pubscene rondom Mumford & Sons, The Staves en Bear’s Den. De bebaarde Brit besloot echter naar Liverpool te verhuizen en op solo-avontuur te gaan. Echt eng was dat niet; Brill, die eerder al in het voorpgrogramma van Daughter, Bear’s Den en Nick Mulvey speelde, heeft namelijk een ontwapenende stem in zijn arsenaal. Met die stem zingt hij teksten over drinken met vrienden, maar ook over dansen met de dood. Zo ook op zijn recente EP False Names, die in juni uitkwam.

Je bent de zoon van een producer en popzanger. Hoe belangrijk is dat geweest voor je ontwikkeling als muzikant?
“Ik ben opgegroeid rondom mensen die allemaal een baan hadden binnen de muziekwereld, dus er werd altijd en overall muziek gedraaid. Toen ik zelf geïnteresseerd begon te raken in die wereld, werd ik daar om die reden ook enorm in gesteund. Dat is belangrijk voor me geweest, maar verder heeft mijn familie nooit een directe invloed gehad op wie ik ben als muzikant.”

Een paar jaar geleden ben je vanuit je geboorteplaats, Londen, verhuisd naar Liverpool. Waarom besloot je te verhuizen?
“Op dat moment was ik op zoek naar verandering. Het was belangrijk voor me om een nieuw creatief milieu te vinden. Liverpool bood me die kans, mede omdat het zo’n muzikale stad is. De geschiedenis en cultuur van de stad is zó rijk.”

Heeft de stad je muziek sindsdien beïnvloed?
“Ik denk de stad zelf niet per se, maar de mensen die ik er heb ontmoet des te meer. Door met hen te spelen is de manier waarop ik schreef echt veranderd. Ik heb de kans gehad om samen te spelen en samen te werken met briljante muzikanten. Dat heeft ervoor gezorgd dat ik zelf dichter bij de muzikant gekomen ben die ik wil zijn.”

In West-Londen was je onderdeel van de scene rondom het label Communion, met leden van Mumford & Sons, Bear’s Den en The Staves. Voel je je nog steeds deel van die of een andere gemeenschap of voel je je nu meer een onafhankelijke muzikant?
“O, ik voel me nog steeds heel erg onderdeel van die gemeenschap hoor! De connecties die in die tijd ontstaan zijn, die gaan nooit meer weg. Dat is het mooie aan dit beroep: je ontmoet onderweg zoveel geweldige mensen. Zij worden op een bepaalde manier onderdeel van je eigen DNA, als muzikant en persoon. Ik heb enorm veel geluk gehad om tijd te mogen doorbrengen met die mensen. Met Andrew Davie van Bear’s Den heb ik trouwens nog regelmatig contact. Hij produceert een groot deel van mijn muziek en ik speel van tijd tot tijd een show met hen. Op zulke manieren groeien die connecties uit tot een soort verlengde van je familie.”

Voelde je druk omdat de carrière van de muzikanten om je heen zo voorspoedig verliep?
“Nee, eigenlijk niet. Het is altijd leuk om te zien dat de mensen om je heen, die je zo aardig en getalenteerd vindt, het goed doen. Zo’n punt in je carrière komt voor iedereen op een ander moment. Muziek is voor mij nooit een competitie geweest, nooit iets dat ik wilde winnen. Het gaat alleen om de creatie van kunst. Als je daarmee je brood kunt verdienen en de wereld rond kunt reizen, is dat mooi meegenomen. Het vergt geduld om op dat punt te komen, maar ik ben nooit jaloers geweest op anderen. Ik was en ben juist blij met hun succes. Als één iemand het goed doet, doen we het allemaal goed.”

john-joseph-brill-press-shot-live-1

Voor je Londen verruilde voor Liverpool was je lid van de band Burning Beards. Waarom besloot je daaruit te stappen?
“Pfoe, dat is alweer een tijdje geleden. Ik begreep lang niet wat voor songwriter ik wilde zijn. Daarom heb ik door de jaren heen een heleboel verschillende dingen uitgeprobeerd. Die band was er daar een van. Nu probeer ik veel minder na te denken over de manier waarop ik schrijf en juist dingen te doen die natuurlijk voor me voelen. Dat resulteerde uiteindelijk in dit project.”

Hoe verschilt je schrijfproces nu van de manier waarop je werkte in de band?
“Het grootste verschil is dat de band een echte samenwerking was tussen verschillende muzikanten. Nu doe ik alles alleen. Soms vloeit een heel nummer voort uit een klein stukje muziek, maar meestal begin ik met het schrijven van de teksten. Die zijn het belangrijkst voor me. Ik heb stapels met schriften vol gedichtjes en losse zinnetjes.”

Beginnen met je teksten lijkt nogal een onconventionele strategie. Enig idee waarom?
“Een groot deel van de muzikanten die ik ken is opgegroeid met het idee dat melodie het belangrijkst is, denk ik. Voor mij zijn woorden altijd het belangrijkst geweest. Dat is de reden waarom ik ooit begonnen ben met nummers schrijven. Het voelt voor mij zo natuurlijk om met tekst te beginnen als het voor een ander voelt om met melodie te beginnen. Dat verschilt gewoon van schrijver tot schrijver.”

In een van de meest opvallende zinnen van False Names, de leadsingle van je recente EP, zing je: “I left John Joseph at the door.” Wat bedoel je daarmee?
“Dat nummer gaat over een avond waarop een vriend en ik gingen drinken, als het ware om aan onszelf te ontsnappen. We lieten die avond onze echte identiteit achter ons.”

De zin is extra opvallend omdat je zelf muziek uitbrengen onder een artiestennaam, in plaats van onder je eigen naam, Henry Brill. Waarom heb je daarvoor gekozen?
“Ik dacht daar eigenlijk altijd al over na. Ik had er ooit over gelezen in een biografie over Tom Waits, Lowside of the Road (van Barney Hoskyns, red.). De auteur beschreef daarin de persona’s die Waits creëerde. Ik wilde een soort personage kunnen zijn op het podium. Dat karakter is niet eens heel anders dan ik, maar gewoon een soort tweede versie van mij. Daarom heb ik ervoor gekozen om wel mijn eigen achternaam te houden, maar een andere voornaam aan te nemen. Als een soort superheld.”

Je teksten zijn vaak enorm persoonlijk. Vind je het lastig om jezelf op die manier bloot te stellen aan je publiek?
“Ja, dat vind ik eerlijk gezegd af en toe wel moeilijk, maar ik vind het ook enorm belangrijk. Je moet eerlijk kunnen zijn in je werk. Ik vind het geweldig dat ik de kans heb om mezelf uit te drukken en dat mensen daar ontvankelijk voor zijn. Als dingen moeilijk zijn kan het moeilijk zijn om jezelf met de waarheid te confronteren, maar juist dan werkt de ontvangst van mijn publiek als een soort therapie.”

Je hebt de afgelopen jaren last gehad van bepaalde medische problemen. In de video voor je recente single Kings zien we een soort poppetje dat steeds ouder wordt. Is dat iets waar je veel over nadenkt?
“Ik geloof van wel. Ik ben wel meer op mijn gemak met dat idee dan ik eerst was. Er zijn gewoon zoveel dingen die ik zou willen doen en zo’n beperkte tijd om ze in te voltooien. Gelukkig wordt ik steeds beter in het genieten van het moment.”

Iets dat daarbij helpt is alcohol. Wie door je foto’s op social media scrollt, ziet er flinke hoeveelheden van voorbijkomen. Heeft dat invloed op jou en je muziek?
Lacht: “Misschien wel ja. Ik houd van een drankje op zijn tijd, al is het probleem niet zo ernstig als die foto’s suggereren. Als je op een professionele manier met muziek bezig bent, merk je op een gegeven moment dat alles dat je doet te maken heeft met alcohol. Als je optreedt, als je schrijft, als je een meeting hebt: iedereen drinkt altijd en je bent altijd omringd door drank. Soms is het dan moeilijk om jezelf in de hand te houden. Tot nu toe is het gelukkig iets waarvan ik kan genieten. Ik zit nog niet in de problemen.”

Een van de nummers op je EP, Santo Spirito, vertelt het verhaal van een dronken nacht in de gelijknamige wijk in Florence. Wat was er zo bijzonder aan die avond?
“Het was een wilde en romantische avond in een prachtige stad. In mijn herinnering zag dat er later enorm filmisch uit.”

Nog iets dat opvalt aan je social media zijn de foto’s, die stuk voor stuk in zwart-wit zijn. Zegt dat iets over jou en je muziek? 
“Dat is stiekem vooral zo omdat ik gewoon een fucking slechte fotograaf ben, haha. Alles ziet er nou eenmaal net wat beter uit in zwart-wit. Ik wou dat er een diepere betekenis achter zat, maar het komt gewoon omdat ik er niets van kan.”

John Joseph Brill speelt van 1 t/m 7 december samen met het Londense Kawala zes shows in Nederland op uitnodiging van DIY-concertorganisator Curated. De shows in Utrecht, Rotterdam en Eindhoven zijn al uitverkocht, maar voor de concerten in Amsterdam, Breda en Groningen zijn nog tickets. De intieme concerten vinden plaats op unieke locaties als De Avenue (Breda), Bovenkamer van Groningen en Zoku Hotel (Amsterdam). Meer informatie en tickets zijn beschikbaar via de website van Curated.

Tweet Share
Geschreven door
Dirk
Dirk

Dirk raakte op Best Kept Secret 2013 verslaafd. Niet aan geestverruimende middelen, maar aan alternatieve muziek! Houdt van boeken en foto's, maar alleen degenen waar hij zelf niet op staat....