MENU
Interview: Cage The Elephant: “Het leven wordt eng als je alles overdenkt”
17 augustus 2016
2510 WOORDEN 7 MINUTEN

De zon schijnt vanzelfsprekend in De Melkweg, maar toch is al snel duidelijk dat Brad Schultz niet van plan is zijn zonnebril af te zetten. De boomlange gitarist van Cage The Elephant blijkt de bezitter van een verrassend zachte stem en een bulderende lach, die hij eigenlijk vooral door de ruimte laat galmen als de sfeer serieus wordt. Muzify spreekt Brad Schultz over het recente Tell Me I’m Pretty (2015), de invloed van social media, de samenwerking met The Black Keys’ Dan Auerbach en de vroege hits van het Amerikaanse viertal.

“De tour is geweldig,” vertelt Brad Schultz, de oudere broer van frontman Matt, die zich elders op de verdieping bevindt. “Het is ons voor het eerst gelukt om in een soort groove terecht te komen met de nieuwe nummers,” zegt de gitarist enkele uren voor aanvang van een uitverkochte show in De Melkweg. “De plaat is nog niet zo lang uit, dus tot nu toe hebben we vooral losse shows gedaan. Dan vlogen we ergens heen, speelden we een show en vlogen we daarna weer terug naar huis. Het is fijn om in een gemoedstoestand te komen waarin je jezelf kunt verliezen in de muziek.”

Cage_the_Elephant_-_Tell_Me_I'm_PrettyDat nieuwe album heet Tell Me I’m Pretty. De vierde plaat van Cage The Elephant kwam op 18 december 2015 uit via RCA en werd geproduceerd door niemand minder dan The Black Keys’ Dan Auerbach. “Dan is een geweldige producer,” meent Schultz. “Hij is een soort lopende muziekencyclopedie, heeft een geweldig referentiekader en een feilloos instinct. Hij hoort meteen wat de sterke punten van een nummer zijn.” Een andere kwaliteit van Auerbach is nog belangrijker geweest in het creatieve proces van Tell Me I’m Pretty, volgens Schultz: “Hij is goed in het verwijderen van onnodige delen die een nummer als het ware maskeren.”

Cage The Elephant was altijd al een band waarbij het aan passie en persoonlijke betrokkenheid niet ontbrak, maar Tell Me I’m Pretty is met gemak het eerlijkste album dat de formatie uit Kentucky tot nu toe heeft gemaakt. Op het podium grossieren Schultz, Schultz & co. in rockposes, op plaat is van die poses niets te horen. “Dat is precies wat we probeerden te bereiken met dit album,” vertelt Brad Schultz. “We wilden onze stem op muzikaal gebied niet in de weg zitten met onnodige dingen en gedachten. Het leven wordt heel eng als je te veel over alles nadenkt.” Voor het eerst laat Schultz zijn bulderende lach door De Melkweg schallen, al benadrukt die eigenlijk slechts de serieuze aard van zijn woorden. “We hebben gewoon geprobeerd nummers te schrijven en die niet op een bepaalde manier te vormen. We hebben ons gericht op songs in plaats van op stijl.”

Die instelling ontstond absoluut niet zonder slag of stoot. Vooral derde plaat Melophobia (2013), genomineerd voor een Grammy, was volgens Schultz belangrijk in het leerproces van Cage The Elephant: “Dat was de plaat die ervoor zorgde dat we tot dit punt konden komen. Hopelijk leren we van dit album ook iets dat zorgt voor een andere aanpak voor de volgende plaat.” Zo lang heeft het overigens ook weer niet geduurd voor Cage The Elephant. In 2008 debuteerde de band met een naamloos album, dat de band met (veel) dank aan hit Ain’t No Rest for the Wicked van een vliegende start voorzag. “Op dat album waren we gewoon pubers uit Kentucky die nummers schreven om shows te kunnen spelen,” zegt Brad Schultz over die begindagen. Het duurde daarentegen niet lang voor die wicked hun carrière wat serieuzer begonnen te nemen.

cage1

“Op Thank You Happy Birthday (tweede plaat uit 2011, red.) hoor je dat we enorm groeiden en veel leerden op muzikaal gebied. In die periode waren we soms te open over onze inspiratiebronnen, denk ik. We waren gewoon heel opgewonden, dus dat voelde heel natuurlijk.” Opnieuw benadrukt hij het belang van Melophobia: “Op dat album hoorde je duidelijk dat we beseften waar we mee bezig waren. Je hoort een heleboel groei, inclusief de groeipijntjes die we in die periode hadden. De worsteling die ons tot dit album heeft gebracht, is te horen op die plaat.”

Dat van die inspiratiebronnen, daar is Cage The Elephant overigens nog steeds niet helemaal van af. Leadsingle Mess Around kwam de band op kritische vergelijkingen met Auerbachs Black Keys te staan. Schultz haalt er eerder zijn schouders dan zijn neus voor op: “Mensen zouden nooit gezegd hebben dat Mess Around lijkt op The Black Keys als we niet hadden gezegd dat het geproduceerd was door Dan Auerbach. We hadden dat nummer al lang af voor we besloten om met Dan te werken. Toen we Mess Around schreven probeerden we eigenlijk een rocknummer in de stijl van Outkast te maken, haha. Een surfnummer met hiphopinvloeden.”

Op Tell Me I’m Pretty gaat Cage The Elephant dus lekker zijn eigen gang. “We hebben geleerd om alles wat te meer te laten gebeuren,” vertelt Brad Schultz in De Melkweg. “Voorheen ging ik er echt voor zitten om een nummer te schrijven. Nu pak ik gewoon mijn gitaar en neem ik snel iets op als ik per ongeluk iets speel wat ik tof vind. Dat kan ieder moment gebeuren eigenlijk. Het kan net zo goed voorkomen dat je twee uur lang zit te spelen en met lege handen eindigt. Maar als je continu probeert, ontdek je enorm veel materiaal.”

Die aanpak heeft ervoor gezorgd dat het proces van Tell Me I’m Pretty aanzienlijk langer heeft geduurd dan dat van bijvoorbeeld het debuutalbum van de Amerikanen. Schultz: “Ons eerste album was in tien dagen geschreven én opgenomen.” Toch is het niet de eerste keer dat het zo’n twee jaar duurde voor Cage The Elephant met een nieuwe plaat op de proppen kwam. “Thank You Happy Birthday schreven we toen we in Groot-Brittannië woonden. Verschillende stukjes daarvan zijn verspreid over twee jaar geschreven. We hadden destijds vijftig nummers geschreven, maar zijn daarna weer helemaal opnieuw begonnen.” Hoe het zit met Melophobia? “Melophobia was de eerste plaat die we grotendeels in de studio schreven. We begonnen met het minimum en keken wat we daar in de studio van konden maken. We voelden ons geïnspireerd door wat we op Melophobia gedaan hebben, dus we hebben deze plaat in het verlengde van dat album geschreven. We hadden al snel veel ideeën en hebben deze keer veel met demo’s gewerkt, waarop we veel geëxperimenteerd hebben. Die demo’s hebben we daarna meegenomen naar Dan om ze van alle onnodige elementen te ontdoen.”

Volgens Schultz is het niet moeilijk om al die demo’s terug te brengen tot een tracklist van tien nummers: “Je weet al snel in het opnameproces wat je favorieten zijn. De nummers waarvan je vanaf het begin denkt dat je ze op het album wil hebben, komen daar vrijwel zeker op terecht.” Tell Me I’m Pretty staat vol met zulke persoonlijke favorieten. Niet alleen vanwege de muzikale eerlijkheid, maar ook vanwege de tekstuele oprechtheid van Brads één jaar jongere broer Matt Schultz, de energieke frontman van Cage The Elephant. Als we Brad vragen naar de teksten lacht hij zo hard dat Matt, die een paar tafels verderop zit, opkijkt: “Deze is voor jou Matt!”

cage2

In eerste instantie lijkt Schultz junior niet veel zin te hebben in nóg een interview, maar als zijn broer hem laat blijken dat de vraag zijn teksten betreft, is hij absoluut niet te beroerd zijn verhaal te vertellen. “Alle teksten op het album zijn persoonlijk,” vertelt hij. “Alles is verbonden aan persoonlijke ervaringen. Ik zou het niet anders kunnen.” Schultz staat bekend als een van de meest charismatische rockfrontmannen van het moment, maar stiekem heeft hij er beste moeite mee zich avond aan avond volledig bloot te geven. “Er schuilt een soort diepgewortelde zelfhaat in me. Soms neem ik aan dat iedereen dat heeft, maar dat is niet zo. Hoe dichter je bij jezelf komt, hoe moeilijker het wordt,” vertelt hij. “Soms zorgt dat ervoor dat ik ongerechtvaardigde negatieve gevoelens krijg bij de nummers. Dat heeft niets te maken met de stijl of de songs, maar het gebeurt omdat er zo veel van mezelf in de nummers zit.”

“Op het gebied van liveshows zijn we daar nu wel voorbij,” gaat Brad Schultz verder. “Dan verliezen we onszelf gewoon in de muziek. In het begin was dat anders. Je maakt jezelf kwetsbaar op een manier die niet veel mensen van je kennen. Als je dan een negatieve reactie krijgt… Dat breekt je hart. Het is hetzelfde als je jezelf emotioneel open zou stellen en afgewezen wordt.” Het zou geen verrassing meer moeten zijn, maar weer vallen we door de bulderende lach die volgt bijna van onze stoel. “We spelen nu heel veel eigen shows, dus mensen komen om onze band te zien. Vroeger speelden we vooral als voorprogramma voor andere bands. Het grootste deel van het publiek vond ons dan prima, maar ik deed altijd mijn best om die ene toeschouwer te vinden die het verschrikkelijk vond. Ik kon daar helemaal gek van worden. Ik heb dat al heel lang niet meer gedaan, hoor. Nu focus ik me op positieve energie.”

Er was dan ook minder onzekerheid voor de release van Tell Me I’m Pretty. “We wisten van tevoren dat we bij iedere plaat een verandering zouden ondergaan. We veranderen ook als mensen, dus dat is heel normaal. Je wil toch niet de persoon zijn die je vijf jaar geleden was? Je wil ook niet de plaat schrijven die je vijf jaar geleden schreef,” zegt Schultz. Lachend: “Dan zou je vast komen te zitten in een soort limbo, zonder mogelijkheden om te groeien. Dat zou triest zijn, zeg.”

Dus die titel van die plaat hoeven we ook niet te lezen als een smeekbede om leuk gevonden te worden? “Nee, dat is het niet. Het is meer een soort grap. We leven in een wereld die continu gecureerd wordt door social media. Iedereen smeekt om die ene like of reactie. Het is een generalisatie, maar het lijkt alsof niemand meer naar buiten gaat om écht te leven. Mensen gaan geen fysieke relaties meer aan. Niemand loopt meer op een vreemdeling af om hem te begroeten en te vragen hoe het met hem gaat.” De meeste mensen zouden zo’n gebeurtenis inderdaad vrij raar vinden anno 2016, geven we toe. “Precies! En ik vind het raar dat mensen dat raar vinden! Weet je waarom? Zo was het niet altijd. We hadden geen fucking mobieltjes en massamedia twintig jaar geleden. Hoe ontmoette je dan mensen? Je moest gewoon iemand aanspreken in de rij bij de supermarkt. Social media stelt je in staat om met meer mensen een relatie aan te gaan, maar die relatie is veel minder oprecht.”

Ook zijn muziekcarrière is erdoor veranderd, vindt Schultz. “Er is iets verdwenen. Het is natuurlijk veel makkelijker om met je muziek mensen te bereiken, maar het gevoel van mystiek is helemaal verdwenen. Vroeger hoorde je een nummer op de radio of in de winkel en vroeg je jezelf af van wie dat nummer was. Je moest je best doen om die band te ontdekken. Dan las je over ze in een muziekblad en spaarde je je zakgeld op om hun plaat te gaan kopen in een platenzaak. Je moest zoeken in de bakken met platen, kwam misschien nog wel een andere plaat tegen die je ook bekend voorkwam. En dan de geur van zo’n plaat, het openen van de verpakking en het wachten tot je thuis kwam om hem te kunnen luisteren. Dat zijn we kwijtgeraakt. Nu ga je gewoon op Spotify en luister je naar wat je maar wilt. Het ontdekken van nieuwe muziek is er wel veel makkelijker van geworden, dat zal ik toegeven. Voor elke actie is er een gelijke tegengestelde reactie.”

Het is niet verrassend dat Schultz er niets van snapt dat een aanzienlijk deel van het publiek de shows van Cage The Elephant beleeft met “fucking mobiele telefoon” in de lucht. “Meestal ben ik te ver weg om zoiets door te hebben tijdens een show. Zelfs als ik al naar het publiek kijk, richt ik me meestal op één persoon van wie ik zie dat hij of zij echt geraakt wordt. Op zo’n moment vergeet ik alles wat om mij en die persoon heen gebeurt. Als ik zelf bij een show ben gebruik ik mijn telefoon niet, omdat dat afdoet aan de ervaring. Ik snap niet hoe mensen een hele show door een schermpje kunnen beleven. Als je dat wil doen, zoek dan gewoon een van onze concerten op YouTube op! Koop een paar goede boxen en leef je uit.”

cage3

Een show van Cage The Elephant door een scherm beleven is inderdaad zonde. Volgens Schultz is het echter niet per se het doel van de band om die energie vast te leggen op plaat. “We nemen wel live op, met z’n allen in één ruimte, maar ik denk dat het prima is dat de liveshow en de opname twee verschillende werelden zijn.” Een van de nieuwe livefavorieten is tweede single Trouble, dat met “the wicked get no rest” een verwijzing bevat naar een van de grootste hits van het zestal, Ain’t No Rest For The Wicked. “Ik weet zeker dat Matt dat er opzettelijk in heeft verwerkt,” zegt Brad Schultz. In tegenstelling tot bands als Radiohead, Kings of Leon en Oasis speelt Cage The Elephant zijn vroege hits niet met tegenzin. Schultz: “Welnee, ik vind het alleen maar mooi als mensen het naar hun zin hebben. Het brengt ons terug naar de opwinding die we voelden toen we die nummers schreven. En reken maar dat we opgewonden waren!”

Die uitspraak van Schultz doet vermoeden dat de band zich er in het creatieve proces van bewust is wanneer zich een hit aandient. “Soms wel ja, maar soms ook niet. Ain’t No Rest for the Wicked lag helemaal in stukken toen we ermee de studio in gingen. We wisten wel dat we een catchy hoek en goede teksten hadden, maar de puzzelstukjes waren nog niet in elkaar gevallen. Voor Shake Me Down geldt eigenlijk hetzelfde. Maar op het moment dat we van die nummers het eindproduct hadden, wisten we wel dat we goed zaten. Van Cigarette Daydreams stuurde Matt me een demo die hij op zijn telefoon gemaakt had. Ik wist meteen dat dat hét nummer was, maar Matt was er nog niet zeker van. Bij Mess Around was het juist andersom. Ik had een riff waar ik niet zeker over was, maar de rest was meteen enthousiast.”

De carrière van Cage The Elephant is tot nu toe een vrij logische opeenvolging van albums en hits geweest. Tell Me I’m Pretty voelt vooral als een logische voortzetting vanaf Melophobia. Waar de band hierna zal belanden, dat weet Brad Schultz daarentegen nog niet, al zou hij er niet op tegen zijn om nog een keer samen te werken met Dan Auerbach. “Let’s just go with the flow. We zijn nu bezig met iets dat ik voor geen goud zou willen onderbreken.”

Tweet Share
Geschreven door
Dirk
Dirk

Dirk raakte op Best Kept Secret 2013 verslaafd. Niet aan geestverruimende middelen, maar aan alternatieve muziek! Houdt van boeken en foto's, maar alleen degenen waar hij zelf niet op staat....