MENU
Interview: Bombino: “Muziek is een universeel goed”
16 juni 2016
2500 WOORDEN 7 MINUTEN

Omara Moctar komt uit de Sahara van Niger, maar is fan van Jimi Hendrix en Mark Knopfler. Onder de naam Bombino sloot hij zich de afgelopen jaren bij Tinariwen aan als succesvol muzikaal lid van de nomadische Tuareg-gemeenschap. Hij werkte onder meer samen met The Black Keys’ Dan Auerbach en nam zijn gloednieuwe album Azel op rondom New York, in de buurt van de heilige grond van Woodstock. Met dat album op zak staat Bombino komend weekend op Best Kept Secret 2016. Kortom: genoeg aanleidingen voor een gesprek met een van de meest relevante niet-Westerse muzikanten van het moment.

Bombino is – zacht gezegd – anders dan de meeste rockgroepen die we normaal gesproken tegenkomen op de affiches van Nederlandse popfestivals. Een marketingtruc maakt hij daar allerminst van. Moctar zal de eerste zijn om het universele karakter van (zijn) muziek te benadrukken. Hij grijpt er vrijwel iedere kans voor aan. Ook de verklaring van het succes van Tuareg-muzikanten als Tinariwen, Imarhan en hemzelf schuilt volgens Bombino niet in de verschillen tussen hun muziek en de Westerse pop, maar juist in de overeenkomsten tussen de twee: “Ik denk dat de wereld zo op onze muziek heeft gereageerd omdat onze stijl teruggrijpt op de wortelen van alle Westerse muziekstijlen. Blues in de eerste plaats, maar ook rock en alle genres die daarna zijn ontstaan. Alle stijlen zijn afkomstig uit dezelfde bron, die we met z’n allen delen. We zijn allemaal verre familie. Wanneer mensen naar onze muziek luisteren voelt die tegelijkertijd exotisch en vertrouwd, dat vinden mensen fijn.”

Niettemin is Moctar zich ervan bewust dat het in eerste instantie de verschillen zijn die publiek naar zijn muziek en shows trekken. “Ik denk dat mensen wel geïntrigeerd zijn door onze traditionele kleding en tulbanden als ze ons voor het eerst live zien, inderdaad.” Dat idee is echter pas het begin, volgens Moctar: “Niemand wordt fan als ze niet van onze houden. Misschien vallen we in eerste instantie op vanwege ons uiterlijk en omdat we anders zijn dan Westerse rockgroepen, maar als mensen bij ons blijven is dat vanwege de muziek.”

Dat vertrouwen spreekt boekdelen over de instelling die Bombino hanteert ten opzichte van zijn muziek. Hij forceerde een jaar of drie geleden een internationale doorbraak zonder zijn muziek te veel aan te passen. Moctar: “Ik heb nooit de druk gevoeld om mijn muziek Westerser of moderner te moeten maken om door te breken. Ik heb geluk dat ik een internationale carrière heb en dat mensen van over de hele wereld van mijn muziek genieten.” En dat genot, dat is volkomen wederzijds. “Ik geniet ervan dat ik mijn muziek op een natuurlijke manier kan maken. Er is geen enkele druk, ik kan gewoon mijn instinct en mijn hart volgen. Dat is een enorm groot goed voor me.”

Bombino_3883_2000

De afwezigheid van die druk betekent niet dat Moctar geen wijzigingen door durft te voeren in zijn muziek. Op zijn vijfde album Azel, dat op 1 april uitkwam via Partisan Records, maakt Bombino gebruik van Westerse harmonieën, een concept dat volkomen vreemd is binnen de muziek van de Tuareg-gemeenschap. Het leverde grappige situaties op bij het opnameproces van het album. Zoals eerder lieten Moctar en de zijnen zich in dat proces begeleiden door een Amerikaanse producer. Eerder zat The Black Keys’ Dan Auerbach achter de knoppen, ditmaal was de eer aan Dave Longstreth, frontman van de Amerikaanse rockband Dirty Projectors. “Het was heel grappig hoe Dave probeerde mijn vriend Koutana te leren hoe hij Westerse harmonieën kon zingen. Zo’n concept hebben we niet binnen Tuareg-muziek, dus het was heel nieuw en vreemd voor hem. We hebben veel lol gehad toen we dat aan het oefenen waren.” Ook op het gebied van zijn directe samenwerkingen met muzikanten uit andere cultuurgebieden haast Moctar zich echter om het universele karakter van muziek tot uitdrukking te brengen: “Er zijn veel verschillen tussen Westerse en Afrikaanse muzikanten, maar het leuke aan samenwerkingen is het vinden van overeenkomsten.”

De bewuste opnamesessies vonden plaats in de Applehead Studio, een omgebouwde boerderij in de heuvels van de staat New York, vlakbij de locatie waar in 1969 Woodstock plaatsvond. “Woodstock deed me eigenlijk best veel denken aan de woestijn. Het zag er natuurlijk niet hetzelfde uit, maar het was er heel vredig. De plek is net als de woestijn vrij van de afleiding en de stress die een stad met zich meebrengt. Het was niet moeilijk voor me om de gemoedstoestand te bereiken die me in de woestijn inspireert.” De beslissing om Azel in Woodstock op te nemen was overigens niet gebaseerd op Bombino’s liefde voor Jimi Hendrix. Waarom niet? De eerste reden is dat Moctar de plek helemaal niet zelf uitkoos: “Eigenlijk besloot mijn manager om het album daar op te nemen. Hij kent me heel goed en kan moeiteloos inschatten wat ik wel en niet wil. Ik vertrouw hem volledig om dit soort beslissingen in mijn naam te maken.” De tweede reden is eigenlijk nog wat verrassender: Moctar had voor zijn komst naar Woodstock geen flauw idee van de muzikale geschiedenis van de plek. “Toen ik erachter kwam dat Jimi daar een van zijn meest beroemde shows gespeeld heeft, was dat een bonus voor me. Het was inspirerend, dat zeker.”

Bombino_3922_2000

Die inspiratie is terug te horen op Azel. Bombino grijpt niet alleen naar Westerse harmonie, maar ook naar Jamaicaanse reggae. Het resultaat? Moctar zelf noemt het Tuareggae. Hij bouwt daarmee voort op de Tuareg-traditie, al ziet hij daar zelf het gevaar van in: “Je neemt natuurlijk risico’s als je nieuwe dingen probeert te doen met een traditie, maar ik denk dat dat de natuur van kunst is. Kunst is dynamisch. Het is de uiting van menselijkheid en menselijkheid verandert continu. Het is voor mij heel natuurlijk dat kunst zich ontwikkelt, dus zulke toevoegingen aan traditie voelen niet problematisch aan.” Moctar gaat uitermate bewust om met de balans tussen traditie en innovatie, een belangrijk thema op Azel. Met de opener van dat album, Akhar Zaman (This Moment), levert hij kritiek op het materialisme van jonge leden van zijn gemeenschap. “Ik denk dat veel leden van onze gemeenschap hun cultuur uit het oog verliezen, jammer genoeg. Er is een groot verschil tussen het bouwen op traditie en het verwaarlozen van traditie.” Hij benadrukt: “Ik ben niet van mening dat dingen hetzelfde moeten blijven. Dat is ook helemaal niet mogelijk.” Al snel wordt duidelijk dat de kritiek van Akhar Zaman niet afkomstig is uit een negatieve bron, maar uit een positieve: Bombino’s trots ten opzichte van zijn cultuur. “Ik denk dat jonge leden van de Tuareg-gemeenschap van over de hele wereld respect zouden moeten betuigen aan hun geschiedenis. We vormen een piepklein deel van de wereldbevolking en als we onze tradities niet voortzetten zullen ze spoedig verdwenen zijn. Dat zou een groot verlies zijn voor de hele wereld.” Met muzikanten als Tinariwen, Imarhan en Bombino lijkt dat voorlopig nog niet aan de orde te zijn.

De doorbraak van Moctar komt echter niet zonder slag of stoot tot stand. In 1980 wordt hij met de geboortenaam Goumar Almoctar als zoon van een automonteur en een huismoeder, geboren in Tidene, een Tuareg-kamp in de buurt van de stad Agadez. Hij heeft er liefst zestien broertjes en zusjes. Moctar gaat naar een Frans-Arabische school, maar al snel weigert hij te gaan. Als zijn vader hem blijft dwingen, trekt Moctar – zoals veel Tuareg-kinderen – in bij zijn grootmoeder. Tien jaar na de geboorte van Moctar breekt de Tuareg Opstand uit en vluchtte Bombino met zijn vader en oma naar Algerije. Als bezoekende bekenden een gitaar achterlaten, begint Moctar zich te onderwijzen. Met vrienden ontdekt hij op het internet video’s van gitaristen als Jimi Hendrix en Mark Knopfler, wiens stijlen hij begint te imiteren. Kort daarna gaat Moctar in de leer bij de gerenomeerde Tuareg-gitarist Haja Bebe. “Ik kreeg de naam Bombino toen ik in de groep van Haja Bebe speelde. Ik was een tiener, half de leeftijd van de andere bandleden, dus gaven ze me die bijnaam, die baby betekent in het Italiaans.” Hoe die bijnaam uiteindelijk veranderde in een vaste artiestennaam? “Hij is altijd aan me vast blijven kleven. Ik wist gewoon dat het mijn artiestennaam moest worden.”

Nadat hij een tijdje als herder heeft gewerkt in de velden in de buurt van het Libische Tripoli, keert Bombino in 1997 als full time muzikant terug naar Niger. Daar begint Bombino’s carrière langzaam maar zeker van de grond te komen. Filmmaker Hisham Mayet spoort de muzikant op en filmt een optreden van Moctar en zijn Group Bombino op een trouwerij in 2007. De opnames worden uiteindelijk in 2009 onder de naam Guitars from Agadez, vol. 2 door Mayets Amerikaanse platenmaatschappij Sublime Frequencies (ook Omar Souleyman e.a.) uitgebracht. In 2006 reist Bombino met de band Tidawt naar Californië. Daar krijgt hij de kans om samen met The Rolling Stones een woestijnrockversie op te nemen van Hey Negrita (van Black And Blue, 1976). Het nummer verschijnt op Stone’s World: Rolling Stones Project Volume 2, een project van Stones-saxofonist Tim Riese. Later in 2006 is Moctar de gids van Angelina Jolie als ze door de Sahara reist.

Dan gaat het echter opnieuw fout in Niger. In 2007 wordt een nieuwe Tuareg Opstand ontketent tegen de regeringen van Mali en Niger. Net als bij eerdere opstanden speelt de muziek van de Tuaregs een belangrijke rol in de opstand. Ook de Group Bombino maakt in die tijd politieke protestsongs die de overheden bekritiseren. In een wanhopige poging verbiedt de regering alle leden van de Tuareg-gemeenschap een gitaar te bespelen. Twee van Bombino’s bandleden worden geëxecuteerd, Moctar zelf duikt onder in Burkina Faso. Hoewel de opstanden hem veel ellende bezorgd hebben, put Moctar voornamelijk kracht uit zijn verleden: als hij niet naar Algerije was gevlucht, had hij misschien wel nooit gitaar gespeeld. Moctar is ervan overtuigd dat rebellie een noodzakelijk kwaad was, zoals hij ook gelooft dat er nog altijd een rol voor muziek is weggelegd in politiek. “Muziek is simpelweg expressie, verbintenis, emotie en traditie. Het is zo belangrijk in ieder aspect van het leven dat het vanzelfsprekend een rol kan spelen binnen politiek.” Moctar is verrassend verlegen voor zo’n geëngageerde rockster, maar over zijn rol als muzikant is hij kraakhelder: “De rol die ik als muzikant wil spelen is die als strijder voor vrede, solidariteit en ontwikkeling. Ik wil mensen ertoe aanzetten om op een vreedzame manier met elkaar om te gaan en plezier verspreiden met mijn muziek.”

0404cul_bombino_def

In januari 2010 keert Bombino uiteindelijk terug naar Agadez: het conflict is ten einde. Om de vrede te vieren speelt Bombino, met de zegen van de Sultan, een groot concert aan de voet van de Grote Moskee in Agadez. Het concert wordt opgenomen door Ron Wyman, een nieuw sleutelfiguur in de carrière van Moctar. Een paar jaar eerder hoort de Amerikaan opnames van Bombino’s muziek op cassette als hij in de buurt van Agadez reist.

Hij besluit de gitarist op te sporen en hem uit te nodigen om zijn muziek in een ‘echte’ studio op te nemen. Samen met producer Chris Decato duiken de twee Wymans thuisstudio in Cambridge, Massachusetts in. Als de rust in Niger is wedergekeerd, maakt het trio het album en de film daar af. Het resultaat volgt in april 2011 met de release van Bombino’s officiële solodebuut Agadez via het label Cumbancha. Het album komt binnen op de eerste plaats van de iTunes World Chart. Daarnaast brengt Wyman de documentaire Agadez, the Music & the Rebellion uit.

Bombino trekt de aandacht van The Black Keys’ Dan Auerbach. De Grammy-winnende gitarist en producer nodigt Moctar in juni 2012 uit in zijn Easy Eye Sound-studio. In april 2013 komt via Nonesuch Records Bombino’s tweede soloplaat Nomad – hij lijkt een patent te hebben op toepasselijke titels – uit.

160329 BOMBINO_Azel_1500x1500-compressed.jpgEn nu is er dus die nieuwe plaat Azel, dat (toevallig?) net als zijn twee voorgangers in april verschijnt. Het album is een muzikale samenvatting van Bombino’s carrière: “Azel is een mix. Sommige nummers, zoals Akhar Zaman (This Moment) en Naqqim Dagh Timshar (We Are Left in This Abandoned Place), zijn oude nummers die ik al jaren speel. Andere nummers, zoals Iwaranagh (We Must) en Iyat Ninhay (A Great Desert I Saw), zijn geschreven door leden van Tinariwen. Ik speel ze als een ode aan hen, het zijn helden voor me. Tenslotte zijn er gloednieuwe nummers, zoals Tamiditine Tarhanam (My Love, I Tell You) en Timtar (Memories), die mijn band en ik de afgelopen twee jaar live op het podium hebben gearrangeerd.”

Op het album ondersteunt Bombino zijn gedachtegoed over muziek en politiek op zo direct mogelijke manieren. Hij zingt onder meer over de martelaren uit de Tuareg Opstand van de jaren negentig en over de doorreis van immigranten, waarin de regio van Agadez een belangrijke rol speelt. Hoewel Moctar alle nummers op de tracklist van Azel voorzien heeft van een Engelse vertaling, zingt hij alle teksten op het album in het Tamasheq, de belangrijkste taal van de Tuaregs.

Het publiek mag er soms moeite mee hebben, Moctar zelf heeft dat niet. “Ik vind het helemaal niet erg als mensen mijn teksten niet verstaan,” zegt hij. “De connectie die muziek legt tussen mensen schuilt in de energie, de trillingen, de klank. Teksten zijn voor mij niet het belangrijkste deel van de muziek. Alleen mensen die Tamasheq spreken zullen mijn teksten en de context begrijpen, maar iedereen ter wereld kan dezelfde energie voelen. Ik denk dat zelfs mensen die geen Tamesheq spreken begrijpen wat de betekenis van mijn nummers op een dieper niveau is.”

Bombino_3787_2000

Daar lijkt Bombino zonder meer gelijk in te hebben. Sinds zijn internationale doorbraak in 2013 tourt Bombino (eens een nomaad, altijd een nomaad) bijna onophoudelijk. In de Verenigde Staten staat hij onder meer op Bonnaroo en het Newport Folk Festival, in Spanje onder meer op het toonaangevende Primavera. Daarnaast speelde hij in het voorprogramma van Led Zeppelins Robert Plant en Gogol Bordello. Sinds 2011 staat Bombino bijna 50 keer op de Nederlandse poppodiumplanken, onder meer op Lowlands, Incubate en Into The Great Wide Open. Eind 2015 speelde Bombino in Tivoli Vredenburg, het Rotterdamse Bird en Doornroosje, in mei 2016 nog in de Melkweg.

Bombino zou Bombino niet zijn als hij niet ook op dat gebied, als slotnoot, de nadruk zou leggen op de universaliteit van diversiteit. “Er is vanzelfsprekend een verschil in de manier waarop mensen muziek consumeren,” stelt hij. “Een show in Niger zal er nooit hetzelfde uitzien als een show in Amsterdam. Zolang mensen van de muziek genieten ben ik vereerd die muziek te spelen voor welke groep mensen dan ook, waar dan ook ter wereld. Ik heb gespeeld in Timboektoe en in Siberië, en ik voelde even veel liefde van het publiek op die plekken. Muziek is daadwerkelijk een universeel goed.”

Bombino is op vrijdag 17 juni de eerste act op Stage ONE op Best Kept Secret 2016, van 16:45 tot 17:45. Op zaterdag 22 oktober staat hij op Ramblin’ Roots in Tivoli Vredenburg.

Tweet Share
Geschreven door
Dirk
Dirk

Dirk raakte op Best Kept Secret 2013 verslaafd. Niet aan geestverruimende middelen, maar aan alternatieve muziek! Houdt van boeken en foto's, maar alleen degenen waar hij zelf niet op staat....